Het fatale uur voor Jaak Verstraelen

Ook in Zondereigen, een gehucht van Baarle-Hertog in de provincie Antwerpen, maakt de elektrische afbakening slachtoffers, net zoals op zoveel andere plaatsen in het Nederlands-Belgische grensgebied. Al moet gezegd worden dat het hier niet gaat om een slachtoffer ten gevolge van contact met de draad.

JaakVerstraelen1915Het gezin Verstraelen bezit gronden aan weerszijden van de grens, wat mogelijkheden biedt om iets te regelen. Volgens het verhaal is er aan Nederlandse zijde een brief aangekomen van een zoon aan het front. Om die ongezien over te brengen gaan aan beide zijden van de grens twee zonen van de familie hooien en de brief aan elkaar doorgeven. Naar verluidt is er zelfs een regeling met een Duitse grenswachter om even een oogje toe te knijpen.

Blijkbaar vergist Jaak Verstraelen zich op 1 september 1915 van uur en houdt hij het bij het Belgische uur terwijl de Duitse grenswachters zich natuurlijk aan het Berlijnse uur houden. Daardoor is de grenswachter waarmee de afspraak is gemaakt al afgelost door een andere, minder bereidwillige grenswachter.  Als die Jaak Verstraelen naar de draad ziet stappen om de brief van zijn zoon in ontvangst te nemen, roept de soldaat nog “Stehen bleiben!”. Jaak Verstraelen loop echter door en wordt dan in de rug geschoten. Drie dagen later overlijdt hij.

bronnen

Oorlogskalender 204-2018, Davidsfonds

http://www.geraaktdoordeoorlog.eu/?p=652

http://www.erikraspoet.be/?p=455

Raoul Snoeck raakt gewond bij Drie Grachten

Raoul Snoeck noteert het volgende in zijn dagboek :

17 augustus 1915 : Ik raak gewond op verkenningstocht nabij Drie Grachten. Een kogel heeft de huidplooi van mijn knie doorboord, een centimeter meer naar links en het gewricht was verbrijzeld. Men brengt me naar de eerstehulppost.

20 augustus 1915 (divisie-eerstehulppost De Linde) : In de eerstehulppost hebben we op een gelegenheidspodium een klein feestje gebouwd. Iedereen doet zijn best om de zieken wat afleiding te bezorgen. Dokter Philippart zorg voor een heel origineel programma op autografisch papier. Als zoon, kleinzoon, achterkleinzoon, achterachterkleinzoon uit een drukkersgeslacht ben ik daarmee vertrouwd. Ik heb ook deelgenomen, liedjes gezongen zoals “langs de overs van de Ijzer” en “een drama in Falaise” en zelfs eem monoloog voorgedragen :”de teen van St-Guignolet”. Gelukkige heilige ! Bij hem hebben de Duitsers geen kogel door de knie gejaagd ! We genoten van enkele aangename uren.

23 augustus 1915 : Ik ben al enkele dagen niet meer aan het front en moet nog in de eerstehulppost blijven, omdat mijn wonde nog niet volledig genezen is. Maar ik verveel me stierlijk. Ik ben beslist niet geboren om ziek te zijn, verstoppertje spelen is niet mijn stijl. Aangezien ik geen breuken heb, is het niet nodig hier nog langer te beschimmelen. Ik wens terug te keren naar mijn compagnie. Dokter Philippart van ons bataljon vraagt me of ik gek word. Toch doe ik mijn zin.

bron : Raoul Snoeck, In de modderbrij van de Ijzervallei, Snoeck-Ducaju & Zoon

wachten op hulp

wachten op hulp

Bovenstaande foto komt uit het boek Van Daniel Vanacker, Belgie in de grote oorlog, Roularta

Onder de titel “wachten op hulp” lezen we de volgende tekst :

Soldaten houden een zwaargewonde kameraad gezelschap tot de brancardiers hem komen verzorgen en wegbrengen. Zo’n situatie beschreef Jan Gom Gheuens in zijn roman De miskenden :

Wij leggen de zwaarst gewonde, Smets Louis, op de kapotjas van Dupon en snijden al zijn kleren open. Zijn borst- en buikwonden zijn dodelijk. Zijn ogen zijn al gebroken:

  • Gelooft ge dat ik kan genezen ? vraagt hij ons.
  • Waarom niet, Louis ? Uw wonden zijn wat pijnlijk maar niet gevaarlijk ! liegen wij.
  • Nu zult gij niet meer naar het front moeten, Louis.

Louis loost een pijnlijke wacht. Zijn lichaam zakt tegen mijn borst, terwijl ik de wonden reinig. Lievens ondersteunt hem met een ransel. Hij laat uitgeput zijn hoofd achterover zinken en stamelt:”Geef mij wat te drinken!… Ik heb dorst.”.

Jacobus Winters wordt korporaal

Jacobus Winters

Jacobus Winters

Jacobus Winters uit Grote Brogel krijgt op 22 juli 1915 zijn bevordering tot korporaal. Niet zonder reden, want overloop even het rijtje van plaatsen waar hij gedurende de voorbije oorlogsmaanden aan de slag was : Luik, Haacht, Mechelen, Tisselt, Lokeren, Diksmuide, Stuivekenskerke, Oud-Stuivekenskerke en Pervijze.

Af en toe schrijft Jacobus Winters wat in zijn dagboek. Vandaag is zijn boodschap heel kort :”Ik ben korporaal benoemd.”. Vier maanden later wordt Jacobus Winters benoemd tot sergeant. Snel na elkaar volgend dan ook nog bevorderingen tot adjudant en onderluitenant.

Wie de dagboeken van Jacobus Winters wil lezen, kan daarvoor terecht op volgende websites :

HTML pagina’s : http://users.telenet.be/frontsoldaat/index.html

PDF document : http://www.geraaktdoordeoorlog.eu/wp-content/uploads/2014/07/JacobusWinters.pdf

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://www.wo1.be/nl/personen/winters-jacobus

Dood aan de draad in Knokke

De elektrische draad die de grens met Nederland afsluit, loopt in Knokke zelfs door de duinen. De Duitsers willen iedere vorm van grensverkeer uitsluiten. Toch zijn er altijd dapperen die zich niet laten stoppen door een versperring. En als je er al in slaagt om de grens te dwarsen, dan is het uitkijken voor Duitse militairen.

Leander Waeghe (24 jaar) brengt onder meer brieven over de grens naar Sluis. Wanneer hij samen met een paar vrienden terugkeert over de Hazegraspolderdijk (achter het Zwin), merkt een Duitse patrouille hen op en opent het vuur. Zijn twee medestanders kunnen vluchten, maar Leander is dodelijk geraakt. Over de precieze datum van dit droeve gebeuren verschillen de bronnen ietwat, maar de oorlogskalender van het Davidsfonds plaatst dit op 21 juli 1915.

Naar verluidt veroorzaakt zijn uitvaartdienst in de Sint-Margaretakerk een massale volkstoeloop. Bij wijze van waarschuwing verspreidt de Duitse overheid foto’s van de dode Leander.

Leander Waeghe omringd door Duitse soldaten

Leander Waeghe omringd door Duitse soldaten

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://www.fotoshootwo100.com/article.php?id=175

http://www.zwinstreek.eu/zs/index.php?option=com_content&view=article&id=113:militaire-geschiedenis-6&catid=27:theerens&Itemid=3

luitenant-kolonel uit Maaseik sneuvelt in Diksmuide

kolonelRademakers1915

Het 3e regiment Jagers te voet krijgt in mei 1915 de opdracht om de Ijzer over te steken en op de oostelijke oever een bruggenhoofd te veroveren en behouden. Daar slaagt dit regiment in tijdens de nacht van 9 op 10 mei 1915. De Duitsers lanceren vanaf dan geregeld tegenaanvallen en beschietingen op deze voorpost.

Het is in deze voorpost in een loopgraaf aan de Ijzer in Diksmuide dat op 12 juni 1915 een kogel luitenant-kolonel Maximilien Rademakers in het hoofd treft. Een drietal manschappen snelt hem nog te hulp, maar ook zij laten het leven. Eerst wordt hij begraven op de Belgische militaire begraafplaats in Adinkerke, maar later verhuizen zijn stoffelijke resten naar Sint-Kruis Brugge.
Luitenant-kolonel Rademakers, geboren in 1864 in Maaseik, had er reeds een behoorlijke militaire carrière op zitten toen de wereldoorlog begon. Hij raakte gewond tijdens de slag bij Halen (12 augustus 1914) en nogmaals in Hofstade (27 september 1914). Vanaf april 1915 was hij actief in Diksmuide.

Toeristische tip : Aan het huis Beerstblotestraat 8, vlak bij de Dodengang in Diksmuide, hangt een gedenkplaat ter nagedachtenis van luitenant-kolonel Rademakers. De plaat hangt precies op de plek waar hij sneuvelde.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/woi/relict/313

Zeppelin neergehaald boven Gent

Raoul Snoeck beschrijft op 7 juni 1915 in zijn dagboek zijn ontmoeting in Sint-Idesbald met de Britse piloot Reginald Warneford die kort daarvoor een zeppelin boven Gent heeft neergehaald.

Een merkwaardig avontuur overkomt me. Zopas heb ik vernomen dat boven Gent een zeppelin werd neergehaald door de Engelse piloot Warneford. Op terugtocht van zijn raid had hij motorproblemen en moest hij hier een noodlanding maken. Daar ik als enig van de compagnie Engels begrijp, word ik aangeduid als tolk. De Britse piloot vertelde me het volgende :

Vannacht vertrokken we met drie piloten op verkenningstocht boven het bezette Belgie om een loods voor zeppelins te vernietigen. ’s Morgens om half drie vliegen we in de omgeving van Brussel en weldra merken we in Evere de loods waarin zich een zeppelin zou moeten bevinden. Nadat we ons ervan overtuigd hadden dat onze komst onopgemerkt was gebleven, besloten mijn collega’s de loods op te blazen, terwijl ik mijn verkenningsvlucht voortzette.

Toen tegen drie uur de ochtendschemering aanbrak. meende ik in de verte het silhouet van een zeppelin e ontwaren, die richting Gent vloog. Ik haastte me erheen, terwijl ik hoogte koos om er te kunnen boven vliegen. Ik slaagde erin me aan zijn blik te onttrekken en bevond me weldra een dertigtal meter boven het toestel. De zeppelin (één van de grootste die ik ooit had gezien) daalde meer en meer terwijl hij Gent naderde. Ik buitte de situatie in mijn voordeel uit en gooide zes bommen. De zesde veroorzaakte een formidabele explosie. De luchtverplaatsing was zo hevig dat mijn tweedekker volledig omkeerde en ik onvrijwillig een looping uitvoerde. Gelukkig kon ik mijn toestel weer onder controle krijgen. Toch moest ik een noodlanding maken. De bom die ik op de zeppelin had gegooid, was raak : ik zag het luchtschip verteerd worden door een gele vlammenzee. De brand duurde geruime tijd en ik geloof dat alle inzittenden verkoold werden.

Noot van de vertaler André Gysel : In Gent zag men het reusachtige vaartuig vuur vatten. De hevige brand verlichtte de stad. De 28 bemanningsleden stierven een verschrikkelijke vuurdood. De zeppelin die Warenford beregoed, stortte voor een stuk neer op het weeshuis van Sint-Amandsberg en voor een deel op het kerkhof.

Warneford_Zeppelin_Gent

bronnen

de tekst van het dagboek komt uit Raoul Snoeck, in de modderbrij van de IJzervallei. Snoeck-Ducaju

de tekening is van Ivan Petrus Adriaenssens, afspraak in Nieuwpoort, Lannoo

Frans toestel stort neer te Noordschote

dagboek van aalmoezenier De Wyels

dagboek van aalmoezenier De Wyels

Aalmoezenier Franco De Wyels (de latere abt van Affligem) kijkt van in zijn bergplaats, een schuur, toe op een luchtgevecht boven Noordschote (Lo-Reninge).

Rond 19 u vliegt een Engels of Frans toestel boven de Duitse linie, juist voor Noordschote. Het wordt hevig beschoten en geraakt. Dan daalt het in snelle vaart, al kronkelend terwijl Duitse kanonnen en geweren het onder vuur nemen.
Het toestel valt 300 meter zuidwaarts van Drie Grachten (Merkem), juist op de oostkant van het kanaal in de Duitse linies. De piloten worden gevangen genomen. Onze artillerie vuurt in die richting om de Duitsers die de machine zouden naderen, te treffen en zo mogelijk het toestel te vernietigen.
De Duitsers op hun beurt bestoken hevig de loopgraven van Noordschote. Terwijl we avondmalen onder het prieeltjes, moeten we achter een muur vluchten omdat boven ons shrapnels ontploffen.

bronnen :
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
De tekening hieronder, komt uit de stripreeks “Eedelweiss” van Yann & Hugault (Silvester Strips).
Dit fragment is genomen uit het dagboek van aalmoezenier De Wyels, uitgegeven bij Lannoo.Meer informatie daarover vind je terug op deze pagina.

Edelweiss01_01

Stéphany Dardenne offert zich op in de Dodengang

wat voorafging : in mei 1915 beginnen de Belgische soldaten schutterskuilen met elkaar te verbinden in de buurt van de petroleumtanks nabij Diksmuide. Die tanks zijn in handen van de Duitsers. En tijdens het graven blijken Belgen en Duitsers mekaar wel heel dicht genaderd te zijn. Meer details daarover lees je op deze pagina.

Stéphany Dardenne is afkomstig uit Pailhe, een dorpje een tiental kilometer ten zuiden van Hoei in de provincie Luik. Hij behoort tot de klasse 1914, maar die wordt pas in september opgeroepen. En dan is al een groot deel van België door de Duitsers bezet. Niettemin volgt Stéphany Dardenne de raad van de dorpspastoor op en hij meldt zich aan als oorlogsvrijwilliger. Op 10 januari 1915 verlaat hij Pailhe. Via Voeren bereikt hij Nederland. Op 19 januari neemt hij de boot naar Engeland. Enkele dagen later is hij in het opleidingskamp van Fécamp in Frankrijk. Vier maanden later, op 19 mei 1915 zit hij aan het Ijzerfront.

StephanyDardenne1915Amper negen dagen is Stéphany Dardenne aan het front of hij wordt naar de gevaarlijkste plek gestuurd : de Dodengang. Het noodlot bepaalt dat hij er is als de Duitsers in de nacht van 27 op 28 mei 1915 een inval doen.

In het boek van het 9e linieregiment staat de jonge vrijwilliger vermeld als een held : “Soldaat Stéphany Dardenne van de 2e compagnie werd dodelijk gewond op 27 mei in de dodengang. Op een gegeven ogenblik, gedurende het gevecht, zag hij hoe een Duitse soldaat adjudant Vander Gucht onder vuur wou nemen. Hij stortte zich voor zijn pelotonschef nadat hij deze had weggetrokken. De ruggengraat en de borst van Dardenne werden door een geweerkogel doorboord. Tegelijk werd hij getroffen door de splinters van een handgranaat die een tweede aanvaller wierp.”.

E.H. Guerry, aalmoezenier van het 9e linieregiment, staat Dardenne bij nadat hij pas in de Dodengang gewond raakte. Het duurt liefst drie uur voor de gewonde jongen geëvacueerd wordt. De aalmoezenier dient hem daar zelfs de laatste sacramenten toe.

Stéphany Dardenne zal nog een drietal dagen in het hospitaal Cabour in Adinkerke verblijven alvorens te sterven op 3 juni 1915. Op 15 juni 1915 krijgt hij postuum de onderscheiding “ridder in de orde van Leopold”. Pas een jaar later, in juni 1916 verneemt de familie Dardenne dat Stéphany gesneuveld is. Op 16 september 1936 krijgt één van de nieuwe gebouwen van het Klein Kasteeltje in Brussel de naam van Stéphany Dardenne. Hij is één van de eerste soldaten die in de Dodengang om het leven komen.

bron : Siegfried Debaeke, het drama van de dodengang, uitgeverij de klaproos

de eerste in de reeks van de moorden van Beernem

Henri d'Udekem d'Acoz

Henri d’Udekem d’Acoz

In Ruddervoorde wordt de eerste van zes moorden gepleegd die in de loop der jaren bekend zullen worden als “de moorden van Beernem”. Deze misdaden verdringen even het oorlogsnieuws.

Op 25 mei 1915 verdwijnt Henri D’Udekem D’Akoz uit zijn kasteel in Ruddervoorde. Op 2 september 1915 wordt zijn lijk gevonden in een bos. Enkele dagen voor de vondst van het lijk, verdwijnt jachtwachter Camiel Dierickx. Tot op vandaag is hij niet terug gevonden. De overige moorden uit het rijtje worden gepleegd in 1921, 1916, 1927 en 1944.

Een goede samenvatting van deze moorden is teug te vinden op deze webpagina : http://www.demorgen.be/expo/-zaak-saelens-heeft-alles-van-klassiek-misdaadverhaal-a1393166/

bronnen :

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://hetmoment.ryserhove.be/hetmomentzuid1.htm

het nieuws over Italië dringt door tot in de loopgraven

Het nieuws dat Italië de oorlog heeft verklaard aan Oostenrijk-Hongarije dringt door tot in de loopgraven.

bersagliereAan Belgische kant schrijft Raoul Snoeck daarover het volgende op 25 mei 1915 :

Terug uit de loopgraven. Ik verneem dat Italië de oorlog verklaard heeft aan Oostenrijk. Wat zullen ze juichen in de schutterskuilen aan de Ijzer. Hierop zullen de Duitsers uit nieuwsgierigheid wel even hun vuile smoelen tonen, een goede gelegenheid om er enkele te vellen. Dat is interessanter dan ratten doden.
Ik koester echt een zweem van hoop op het einde van de oorlog. Raakt Italië er niet bij betrokken, dan krijgen we zeker een tweede oorlogswinter. En die zie ik niet zonder bezorgdheid tegemoet. Want de voorbije tien oorlogsmaanden hebben me gebroken. In mijn linkerschouder lijd ik aan reuma als gevolg van zovele nachten in water, sneeuw en slijk te hebben geslapen. Maar basta, als we het hier overleven, dan zal het ons een kleine voldoening geven te kunnen zeggen. “wel ouwe jongens, ondanks gebrek aan alles hebben we ons er doorheen geslagen.”.

ausspruch-bismarck_Italien

Aan Duitse kant noteert Herbert Sulzbach het volgende :

Op pinksteren, 23 mei 1915, krijgen we ’s avonds het nieuws dat Italië de oorlog verklaard heeft, zoals verwacht. Da’s dus een vijand meer ! Er wordt gejuicht in de loopgraven en in de artilleriestellingen als het nieuws toekomt en er is een overweldigend gevoel van woede tegenover deze verraders. De Fransen beantwoorden ons gejuich met een hevig, woest kanonnengebulder alsof ze geloven dat wij niet het recht hebben dit nieuws toe te juichen en dat zij alleen blij mogen zijn.

bronnen

Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, Snoeck-Ducaju & zoon

Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military