Dudzelenaar sterft in Cannes

Louis Timmerman

Louis Timmerman

Louis Timmerman uit Dudzele overlijdt op 13 juli 1915 in Cannes, ver van huis, op 24-jarige leeftijd.

Op 20 mei 1914, kort voor het uitbreken van de oorlog, huwde Louis Timmerman, stoker op de stoomtram, met Paulina Dusoir,een kindermeisje. Lang duurt hun huwelijksgeluk niet : in de namiddag van 29 juli krijgt Louis zijn oproepingsbevel voor het leger, meer bepaald het 4e linieregiment. In Tienen lijdt Louis honger, in Hakendover ziet hij duizenden vluchtelingen en in Grimde bewaakt hij het station. Hij trekt voorbij Kumtich en Boortmeerbeek, hij vervoegt zijn regiment in Walem, vandaar trekt hij naar Wilrijk en Mortsel. Tussendoor moet hij ook nog defileren voor de koning, in Hofstade liggen de lijken op de velden… De eerste oorlogsmaand is een nachtmerrie voor Louis en zijn medesoldaten.

Meer ellende volgt in 1915 : Louis wordt ziek aan het front in Ramskapelle, waarna hij naar een hospitaal in Calais verhuisd. Via via belandt hij uiteindelijk in Cannes, in het hôpital militaire belge de Cannes. Dit hospitaal bestaat in feite uit 3 villa’s, met name Saint-Jean, Saint-Charles en Anastasie. Het is niet geweten in welke van deze 3 villa’s Louis Timmerman zijn laatste adem heeft uitgeblazen.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://wo1dudzele.brugseverenigingen.be/JUWEELTJES/LOUISTIMMERMAN

http://www.1914-1918.be/hopitaux_belges_france_2.php

noodscholen in Veurne

Naar school gaan in onbezet gebied is moeilijk. Tal van scholen herbergen militairen, anderen liggen binnen het bereik van vijandelijk vuur. Op sommige plaatsen, zoals in Veurne, richt men noodscholen op, zoals Jozef Gesquiere noteert in zijn dagboek :

sedert enkele dagen is men naast het Zuidkapelleke volop aan het werk om er een grote houten barak op te trekken, ruim en luchtig, om er school te kunnen houden. De barak bevat vijf klassen : één voor de kleuters, twee voor oudere jongens en eveneens twee voor oudere meisjes. Niets ontbreekt, zelfs in een woonhuis voor de schoolbestuurder is voorzien.

Zodra dat klaar is, komt er aan de overzijde van de Duinkerkevaart, nabij het Klokhof, ook een noodschool voor de talrijke kinderen die met hun ouders langs de Pannenkassei wonen.

bron : oorlogskalender 2014-2015, Davidsfonds

naarSchoolinOorlogstijd

Veurne in angst

8 juli 1915 : Veurne leeft in angst. Gisteren stond in de Franse kranten, die hier ook verkrijgbaar zijn, dat de Duitsers tal van stukken zwaar geschut aanvoerden, met het oog op een groot offensief aan de Ijzer. Opgejut door onheilsprofeten verspreidt dit sort berichten zich snel onder de bevolking.

Toeval of niet, maar uitgerekend vandaag worden talrijke kunststukken klaargemaakt om naar veiliger orden te vertrekken. Men pakt alles zorgvuldig in : de kunstig bewerkte houten deuren van het gerechtshof, kostbaar koperwerk en andere kunststukken uit de Sint-Walburgakerk… Beslist een goede voorzorgsmaatregel, maar de mensen vragen zich toch af of ze die kunststukken nog wel zullen terugzien.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Veurne_GroteMarkt_SintWalburga

Belgen dragen voortaan kaki

Niet alleen dragen Belgische soldaten een Engels pak, ze zingen ook Engels, bemerkt Jozef Gesquière  op 2 juli 1915.

Een lage tram (elf wagons) stoomt deze middag van De Panne naar Veurne. De jongens zitten in een splinternieuw kakipak en zingen dat het dreunt :”It’s a long way to Tipperary”. Engelsen ? Toch niet, want in de laatste wagon dreunt “De Vlaamse Leeuw” en bij het uitstappen horen we alleen maar Vlaamse en Waalse gesprekken.

Werkelijk, ’t zijn Belgische piloten in een Engels uniform. Ze zien er alleszins eleganter uit dan in hun vooroorlogse plunje. Naar het schijnt wordt heel het Belgische leger naar Engelse trant in ’t kaki gestoken.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfons

Onderstaande foto komt uit het dagboek van Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei en toont Raoul aan het front te Noordschote. Hij is net zoals de andere Belgische soldaten in een Engels uniform gekleed, wat enorm verschilt van de uniformen van 1914.

RaoulSnoeck06_juli1915

Nieuwe recruten in Veurne

In de Sint-Jozefzaal, Sporkijnstraat Veurne, vergadert de Herzieningsraad op 29 juni 1915 drie dagen na elkaar. Dagelijks moeten zich zo’n zestig mannen van de lichting 1915 melden en zij zullen na goedkeuring onmiddellijk ingelijfd worden. Niemand afgekeurd vandaag : de toekomstige soldaten mogen nog eens vrij uitgaan en moeten zich morgenvroeg melden voor de reis naar het opleidingscentrum in Frankrijk.

’s Avonds wordt er nog een stevige pint gedronken, het verdriet weggespoeld en ze eten nog een laatste keer van moeders keuken…

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Veurne_Sporkijnstraat

Een Taube boven Veurne

Op 23 juni 1915 om 6 uur ’s morgens hangt er al een Taube boven Veurne. Jozef Gesquière verwacht er niet veel goeds van, ook niet wanneer die na een paar uur verdwijnt. In zijn dagboek vervolgt hij :

Nog geen tien minuten na het verdwijnen van de Taube hebben we het al. Veertien schuifelaars, zo worden de aankomende obussen genoemd, volgen elkaar vlug op. Ze komen op verschilende plaatsen terecht. Slechts zes op de veertien ontploffen en richten geringen schade aan. Geen enkel slachtoffer vandaag.

De Taube is een vliegtuigtype dat in 1910 een eerste vlucht maakt. Voor de vorm van de vleugels keer ontwerper Igo Etrich naar de vorm van de zaden van de esdoorn. Van deze eerste militaire vliegtuigen werden er talloze gebouwd voor Duitsland en zijn medestanders. Vanaf begin 1915 werden ze vervangen door nieuwe types.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Taube02

Raoul Snoeck mijmert in De Panne

Raoul Snoeck noteert op 20 juni 1915 het volgende in zijn dagboek :

We rusten nog altijd uit in De Panne bij heerlijk weer. Blijven we hier nog lang, dan krijg ik opnieuw de smaak in het zindelijk leventje te pakken. Mijn nicht Duquenne woont hier niet veraf en komt me dikwijls opzoeken. Met enkele vrienden bereiden we dan lekkere maaltijden, maken mooie wandelingen en zingen liedjes van thuis. Na maanden loopgravenleven ben je een beetje wild. Tijdens de rustperiode breng je je dagen door op zoek naar avontuur, of slaap je van ’s morgens tot ’s avonds. (…)

De villa’s op de dijk die in de zomer nog een riant decor vormden, zijn ingenomen door soldaten en hebben een heel ander uitzicht. Vroeger waren ze bebloemd, koket, net en verzorgd en droegen leuke namen. Samen met de heldere kleurenschakeringen en de met geraniums en hortensia’s versierde terrassen zorgde dit alles voor een innig voorkomen. Deze heerlijke nestjes riepen dromen op van gelukkige bestemmingen, welverdiende rust, liefdesromans en huiselijke gezelligheid.

EN ik denk terug aan mijn kindertijd, aan de gezegende vakantieperiode die we elk jaar aan zee doorbrachten. Ik laat mijn gedachten afdwalen en beleef alles opnieuw. ’s Morgens stoeiden we in het water of visten op garnalen. Dikwijls liep ik naar moeder, nat tot aan de schouders. Gelukkig had ze altijd verse kleren bij want ik was een echte rakker. Ook het zand roept in mij zovele gelukkige herinneringen op. Ik ravotte erin met de kinderen van mijn leeftijd, blootvoets amuseerden we ons.

bron : Raoul Snoeck, vertaald door André Gysel,  In de modderbrij van de Ijzervallei, Snoeck-Ducaju & zoon

DePanne_1910_02

impressie uit de Dodengang

Begin juni 1915 is de dodengang een primitief uitgegraven greppel waarin de soldaten plat op de buik vooruit moeten kruipen. Zelfs bij kniezit dienen ze hun hoofd in te trekken omdat ze anders een te gemakkelijke prooi zijn van het vuur vanuit de petroleumtanks of van de overzijde van de Ijzer. De borstweringen van aardezakjes bieden nauwelijks bescherming en worden voortdurend door Duits artillerievuur omgewoeld.

Korporaal Libois noteert begin juni 1915 de volgende impressie. De foto toont adjudant Vico van het 12e linieregiment, genomen op 18 juni 1915, toen 100 jaar na de slag van Waterloo.

Adjudant Vico 12e regiment dodengang

Adjudant Vico 12e regiment dodengang

’s Avonds moeten we verder, de boyau in. Men brengt koffie aan, wat wij weten te waarderen. We nemen kogels mee, en aardezakjes en ijzeren platen. We laten onze ransels achter en om 23 uur begint de mars door de Boyau de l’Yser. Het duurt wel een eeuwigheid. Dante overdreef niet toen hij zijn hellevisioenen uitbeeldde !

De boyau volgt een rechte lijn langsheen de Ijzeroever. We geraken met moeite door de ingang. We moeten er trouwens niet aan denken enkele van de opgehoopte lijken weg te halen. Om in de boyau te geraken moet je iets van een slang hebben, en van een pad en een mol. De soldaten die we aflossen, moeten plat op hun buik kruipen zodat wij erover kunnen kruipen. Niemand zegt een woord. Shrapnels spatten in het rond en voortdurend horen we kogels fluiten en dof tegen de aardezakken slaan. We kruipen zo vlug mogelijk vooruit, steunend op knieën en ellebogen. Aan de schietgaten die de scherpschutters aan de overzijde van de Ijzer in het oog houden, moeten we springen. Het zweet druipt van onze gezichten. (…)

We houden een ogenblik halt. In het helle licht van een vuurpijl doemt een sinister beeld op : mensen die krioelen tussen opengereten lijken, macabere overblijfsels van mensen, schrikwekkende restanten. Ontzetting, afkeer en walg moeten we overwinnen. Het vergt iets bovenmenselijks om badend in angstzweet over de lijken te klauteren. En intussen fluiten aanhoudend kogels boven onze hoofden, suizen er obussen en verlichten lichtkogels dit schouwspel. (…)

We botsen weer op een reeks lijken, nog meer in ontbinding dan de vorige, waar we over moeten. Ons gelaat op het hunne, onze knieën over hun benen, en onze buik over hun lichaam slepend. En uit die opeenhoping stijgt een walgelijke, vieze geur op. Een hels tafereel.

We stoten alweer op menselijke lichamen. Dit keer leven ze. We hebben eindelijk onze post bereikt. Wat een opluchting. De aflossing zit erop. Niemand is gewond. De opdracht klinkt eenvoudig : loeren en zich in geval van een aanval verdedigen.

bron :  Siegfried Debaeke, Het drama van de Dodengang, uitgeverij de Klaproos

 

Britse piloot Warneford komt om

ReginaldWarnefordReginald Warneford komt op 17 juni 1915 om het leven, slechts 10 dagen nadat hij boven Gent een zeppelin neerschoot (lees mees daarover op deze pagina) . In de korte tijdsspanne tussen zijn huzarenstuk in Gent en zijn dood mag hij twee hoogegewaardeerde eretekens ophalen. Op 11 juni 1915 krijgt hij het Victoria Cross uit handen van de Engelse koning George V en op 17 juni 1915 eert de Franse legeraanvoerder Joseph Joffre hem met het Légion d’Honneur.

Na de ontvangst van zijn eretekens en de bijbehorende lunches vliegt Warneford naar Veurne, waar hij een korte testvlucht maakt met een Farman HF 27. Daarna gaat hij de lucht in met aan boord de Amerikaanse journalist Henry Beach Newman. Tijdens het optrekken breekt een vleugel van het toestel en wordt Warneford net als zijn passagier uit het vliegtuig geslingerd. De journalist overlijdt ter plekke, de befaamde piloot onderweg naar het ziekenhuis.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
Op het forum eerste wereldoorlog voeg Ivan Adriaenssens nog een opmerking toe :”Hij is natuurlijk niet in Veurne neergestort, maar in Buc, nabij Parijs. Kort na het opstijgen.”.
Volgens https://nl.wikipedia.org/wiki/Reginald_Warneford was het de bedoeling dat Warneford vanuit Buc naar Veurne zou vliegen maar daar is hij dus nooit toegekomen.

luitenant-kolonel uit Maaseik sneuvelt in Diksmuide

kolonelRademakers1915

Het 3e regiment Jagers te voet krijgt in mei 1915 de opdracht om de Ijzer over te steken en op de oostelijke oever een bruggenhoofd te veroveren en behouden. Daar slaagt dit regiment in tijdens de nacht van 9 op 10 mei 1915. De Duitsers lanceren vanaf dan geregeld tegenaanvallen en beschietingen op deze voorpost.

Het is in deze voorpost in een loopgraaf aan de Ijzer in Diksmuide dat op 12 juni 1915 een kogel luitenant-kolonel Maximilien Rademakers in het hoofd treft. Een drietal manschappen snelt hem nog te hulp, maar ook zij laten het leven. Eerst wordt hij begraven op de Belgische militaire begraafplaats in Adinkerke, maar later verhuizen zijn stoffelijke resten naar Sint-Kruis Brugge.
Luitenant-kolonel Rademakers, geboren in 1864 in Maaseik, had er reeds een behoorlijke militaire carrière op zitten toen de wereldoorlog begon. Hij raakte gewond tijdens de slag bij Halen (12 augustus 1914) en nogmaals in Hofstade (27 september 1914). Vanaf april 1915 was hij actief in Diksmuide.

Toeristische tip : Aan het huis Beerstblotestraat 8, vlak bij de Dodengang in Diksmuide, hangt een gedenkplaat ter nagedachtenis van luitenant-kolonel Rademakers. De plaat hangt precies op de plek waar hij sneuvelde.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/woi/relict/313