de legendarische kolonel Murphy

n de nacht van 4 op 5 augustus 1917 is er fel gevochten om de Kantijnebossen, ergens in de richting van Zillebeke. Onderpastoor Van Walleghem hoort met bijzonder veel lof spreken over een Ierse kolonel die bij zijn troepen de onkwetsbare wordt genoemd. De auteur heeft het over “kolonel Morhy” maar het zou ook Murphy kunnen zijn.

Voor de aanvallen en te midden van de gruwelijkste bombardementen staat deze Morhy samen met een sergeant-majoor boven op de borstwering, al pijprokend zijn orders te schrijven, want in het helse lawaai kon men elkaar toch niet horen. Daarna trok hij ten aanval en was de enige officier van zijn bataljon die terugkeerde.

Een andere keer zat hij te observeren in een boom. Hij werd opgemerkt door de Duitsers, die hem tevergeefs beschoten. Dan schoten ze met shrapnels naar hem : de tak waarop hij zat, brak af en Morhy viel op de grond. Kalm veegde hij de aarde van zijn kleding en vertrok op zijn gemakt.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

6009017270_bd30a421f0_b

Hendrik Jespers opgepakt wegens spionage

Het werk van een verklikker leidt ertoe dat Hendrik Jozef Jespers op 4 augustus 1917 aangehouden wordt door de Duitsers. De man, geboren in Zoersel, is scheepsbevrachter in Antwerpen.

Op 16 april 1918 volgt zijn terechtstelling in Fort V in Edegem. Hij rust nu op het Schoonselhof, vlak bij het monument ter ere van de gefusilleerde Belgische soldaten.

De Duitsers hebben soms een vreemde manier om te laten weten of een terechtstelling gehandhaafd blijft of een gratieverzoek is ingewilligd. Op de avond voor de terechtstelling wordt een flink aantal terdoodveroordeelden vanuit hun cel naar de gevangeniskoer gebracht. Zij ontvangen gratie, terwijl zij die in de cellen moeten blijven, ’s anderendaags de kogel krijgen.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.gva.be/cnt/aid1545774/16-belgen-gefusilleerd-in-fort-5-in-edegem

HendrikJozefJespers_1917.jpg

les enfants de l’Yser

De eerste oorlogsjaren is het relatief veilig in Wulpen in onbezet gebied. Het Belgische leger vormt de dorpsschool om tot noodhospitaal en de nonnetjes van de school steken ook hier de handen uit de mouwen. Ze horen tot de orde van de Zusters van Onze-Lieve-Vrouw-ten-Bunderen.

Vanaf 1917 nemen de bombardementen toe in aantal en in hevigheid. Veel dorpelingen nemen de wijk naar Frankrijk en op 3 augustus 1917 volgen ook de zusters hen. Samen met zeventig kinderen krijgen ze een plek in de schoolkolonie van Le Vesinet, een paar tientallen kilometers buiten Parijs. Samen met andere kinderen uit onbezet gebied vormen ze daar de Colonie des Enfants de l’Yser.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

LesEnfantsDelYser

Hilltop Ridge veroverd

Een steeds terugkerend feit in de eerste wereldoorlog is het miserabele weer ook in de zomer. Soldaat Duncan Ferguson kan ervan meespreken terwijl ze bij Ieper de voormalige Duitse stellingen van Hilltop Ridge bezetten op 2 augustus 1917.

Het regent bijzonder hard, de modder is vreselijk en de twee dagen die het bataljon doorbrengt in de linie zijn zowat de ergste ooit.

Diezelfde dag moet zijn bataljon door open veld en onder hevig Duits geschut naar Kitchener’s wood. Daar aangekomen blijft het Duitse vuren aanhouden, dag en nacht, en moeten de Britten meerdere Duitse tegenaanvallen afslaan.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Third-Battle-of-Ypres_1917_03

gevecht tegen de modder

Priester Van Walleghem heeft medelijden met de Engelsen aan het front in de buurt en noteert op 1 augustus 1917 het volgende :

Aanhoudende regen de hele dag. Wat een tegenslag voor het offensief van de bondgenoten. Zelden in mijn leven vind ik het slechte weer zo jammer als nu. Bovendien is het ook erg afgekoeld.
Wat moeten de Engelsen afzien in hun nieuwe posities zonder loopgraven en gedwongen te schuilen in obusputten halfvol water en dat onder de plassende regen. Ze zijn naar het gevecht getrokken in hun zomerkostuumpje in korte broek en zonder regenjas.

bron : oorlogskalender 2014-2018

PilckemRidge1August1917StretcherBearersBoesinghe

de derde slag om Ieper

De derde slag om Ieper begint op 31 juli 1917 onder het bevel van de Britse veldmaarschalk Douglas Haig, met een aanval op Pilkem. De bloedige gevechten om Passendale maken historisch ook deel uit van deze veldslag maar beginnen in feite pas op 4 oktober.

De geallieerden boeken el terreinwinst tijdens deze slag maar die gaat weer verloren bij de vierde slag om Ieper (voorjaar 1918). Ook het zo zwaar bevochten Passendale komt dan weer in Duitse handen.

Het is niet onterecht deze derde slag om Ieper te beschouwen als een voorbeeld van de zinloosheid van oorlog : honderdduizenden doden in ruil voor kleine, niet eens houdbare verschuivingen op het terrein. Opperbevelhebber Haig wordt gezien als de schuldige voor de mislukte doorbraak. Toch mag hij aan de leiding blijven van de Britse troepen in Frankrijk.

bron : oorlogskalender 2014-2018

Onderstaande schilderij is van Harold Septimus Power en toont Australische artillerie tijdens de derde slag om Ieper.

HaroldSeptimusPower_AustralianArtillery_Ypres1917.png

Duits vliegveld te Handzame aangevallen

Sinds de Duitsers Handzame in handen kregen, op 20 augustus 1914, hebben ze zich daar stevig geïnstalleerd. Ze laten een vliegveld aanleggen en bouwen een munitiepark en een medische post.

Bij wijze van voorbereiding op de derde slag om Ieper (die op 31 juli 1917 begint), beschieten de geallieerden Handzame vanuit Elzendamme op 30 juli 1917. Vooral het vliegveld en de omgeving van het station krijgen het zwaar te verduren, waarbij een munitietrein de lucht ingaat. Ook huizen moeten klappen incasseren en daarbij vallen zestien burgerdoden.

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

WW1 Pilots

laatste proefvaart van UB-20

De UB-20 maakt vanaf 26 maart 1917 deel uit van de Unterseebootflottilje Flandern en heeft Oostende als thuishaven. Onder leiding van Oberleutnant zur See Hermann Glimpf vernietigt de UB-20 in vier patrouilles negen Nederlandse en Britse schepen. Aan het einde van de laatste reis wordt de U-boot via het kanaal Oostende-Brugge naar de Kaiserliche Werft overgebracht voor onderhoud. Bij een Britse luchtaanval op Brugge wordt de UB-20 beschadigd en moet nog vijf weken langer in reparatie blijven.

Op 28 juli 1917 om 11u40 verlaat de UB-20 de haven van Oostende voor een vier uur durende proefvaart om de reparaties op haar drukhuid te testen. Aan boord zijn er slechts dertien bemanningsleden, twee man werfpersoneel en twee legerofficieren. Op de dag van haar verdwijning zijn er twee U-boten door Britse vliegtuigen aangevallen. Meer dan waarschijnlijk zijn dit echter de UC-16 en UC-65. De beschadigingen aangetroffen bij de UB-20 wijzen in de richting van een dubbele mijnontploffing. De Britse admiraliteit bevestigt later dat de UB-20 mogelijk verloren is gegaan in een nieuw Brits mijnenveld. Dit mijnenveld is in het geheim gelegd op 25 juli 1917.

Alle zeventien opvarenden komen om het leven op UB-20. Het lijkt van Hermann Glimpf spoelt op 3 september 1917 aan in Jutland aan de Deense kust.

bronnen
Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds
http://www.wrecksite.eu/wreck.aspx?84
http://www.uboat.net/wwi/boats/successes/ub20.html

minefield.jpg

 

 

 

Ledeberg gebombardeerd

Ook Ledeberg wordt gebombardeerd op 28 juli 1917, noteert Virginie Loveling in haar dagboek.

Nieuwe bomaanvallen op Gent en de voorstad Ledeberg. Vier personen zijn in één huis gedood. Een klein meisje, de eerste van haar klas, was geheel in het wit gekleed voor de spiegel bezig de laatste hand te leggen aan haar uit papier verloste krulletjes, klaar om naar de prijsuitreiking in school te gaan, toen een stuk ijzer haar bloedig neersloeg.

Ooggetuigen vertellen dat een hoop lillende ingewanden van de slachtoffers in een zak werden verzameld en op een kar weggevoerd. Elders vallen ook nog slachtoffers. Alle tien doden worden deze namiddag op kosten van de gemeente ter aarde besteld.

Bron : oorlogsdagboek 2014-2018, Davidsfonds

avro-529-1917-600px

Britse bommenwerper uit 1917

Vlucht uit Zarren

felicien-vanhove.jpgNet als de andere burgers moeten Felicien Vanhove en zijn familie Zarren verlaten op 27 juli 1917. De stoet van vluchtende mensen, bepakt en beladen, is identiek aan wat hij eerder tijdens de oorlog zo vaak door zijn dorp zag trekken. Alleen maakt hij er nu zelf deel van uit.

We roepen, gauw, rap opladen en naar Torhout. In een kwartier zijn we opgeladen. Op alles waar een wiel is, wordt er een koffer of pak geladen, en weg zijn wij. Alles wat benen heeft, moet voeren en dragen, zelfs onze kleine Richard heeft wat op zijn rug gebonden. Nu maken wij dezelfde treurige stoet gelijk wij ze zo dikwijls binst de oorlog gezien hebben, en dat om 12 uur ’s nachts. Wij rijden, slepen en dragen wat wij kunnen, altijd maar vort, om uit het gevaar te raken.

Straks, in Torhout, zal schoenmaker Felicien Vanhove voor het laatst iets in zijn dagboek schrijven.

Zarren_markt1917

Zarren markt

 

Bronnen 
oorlogskalender 2015-2018, Davidsfonds
https://pieterserrien.be/boeken/oorlogsdagen/de-32-dagboekschrijvers/
http://users.telenet.be/zarren/periode1718.htm