Martinus Evers onderweg naar Engeland

Ik weet zeer weinig over mijn grootvader met zekerheid. Ik heb hem nooit gekend. Mijn moeder was 4 jaar toen haar vader stierf. Ik ken alleen een aantal verhalen over mijn grootvader. Wat ik wel zeker weet is dat hij op 16 februari 1916 is ingelijfd in het Belgische leger te Folkestone. Ik mag dan ook veronderstellen dat hij op 13 februari 1916 al onderweg was naar Engeland. Alleen of met kameraden ? Wie zal het zeggen ? Feit is wel dat hij in februari 1916 geen last heeft gehad van de dodendraad. Die was toen nog aangelegd aan de quatre-bras, dus ten zuiden van Hamont. Martinus Evers kon dus met gemak de Belgisch-Nederlandse grens oversteken zonder dat hij beroep moest doen op een passeur. Op de foto hieronder staat hij helemaal rechts.

MartinusEvers01

artillerieduel in Ploegsteert

10 februari 1916 : in de voorbije dagen is er in Ploegsteert, waar Winston Churchill commandant is, duchtig heen en weer geschoten door de Duitse en Britse artillerie. De latere Britse premier noteert daarover onder meer :

De treffers die de kerk van Ploegsteert raken, zorgen voor enorme stofwolken waarin het poeder van de verpulverde rode bakstenen zich vrolijk mengt met de rook veroorzaakt door het artillerievuur. Shrapnels suizen door de straat en raken ook drie van onze mannen die er op wandel waren. De dood slaat toe.

Tijdens de laatste twee dagen van onze rustperiode verloor ika cht manschappen, dat wil zeggen meer dan tijdens de zes voorgaande dagen aan het front. Ik beschik nu over minder dan zeshonderd mannen, in plaats van de aanvankelijke duizend. Er zijn veel bataljons zoals het onze…

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

brit-artillery-attack

 

Joris Lannoo in opleiding

In Octeville wordt Joris Lannoo op 10 januari 1916 voorlopig ingedeeld bij de 8e compagnie van het 5e linieregiment. Hij moet nu een tweetalige verklaring ondertekenen, een uittreksel uit de Code Pénal Militaire, waaraan het Nederlands in kleinere letters is toegevoegd. Voor mannen zoals Joris Lannoo kon het Frans geen probleem vormen : zij hadden het geleerd in hun collegejaren. Het betekent wel dat alleen zij die Frans kennen de ladder van de legerpromoties kunnen beklimmen en dat de grote meerderheid van de Vlaamse soldaten ter plaatse blijft trappelen door een discriminerende taalbehandeling waartegen ze nauwelijks iets kunnen inbrengen. Sergeant Lannoo spreekt zich niet uit over dat taalregime, maar hij zal dat anderhalf jaar later wel doen, en nog wel tegenover een minister.

Op 5 februari 1916 vertrekt Joris voor een maand naar het kamp van het Normandische Criel voor een speciale opleiding in het hanteren van nieuwe types van mitrailleurs en het bouwen van weerstandsnesten. Door de vastgelopen loopgrachtenoorlog kent de militaire technologie op het gebied van weerstandsnesten een snelle ontwikkeling. Zeker in de Belgische sector tussen Steenstrate en de Minoterie in Diksmuide is de noodzaak aan snelvurende mitrailleurs bijzonder hoog.

Na de korte opleiding in Criel moet Joris Lannoo onmiddellijk naar Fécamp voor de allerlaatste fase van de opleiding. Hij behoort dan, opnieuw voorlopig, tot het 12e linieregiment. De opleiding eindigt op 2 april 1916.

bron : Romain Vanlandschoot, Een Vlaamse Viking aan het front, Lannoo

JorisLannoo1916

Joris Lannoo begin 1916

Cultuur voor de piot in Auvours

Op 3 februari 1916 noteert Raoul Snoeck in zijn dagboek :

Sinds zeven dagen ben ik in Auvours, morgen vertrek ik naar Dieppe. Ik rouw er niet om. Temidden van die bossen is het verschrikkelijk mistroostig, ik dacht er gek te worden. Voeding, huisvesting en verzorging zijn slecht, nog erger dan aan het front. Auvours is een doorgangskamp voor alle gewonden en zieken die nog aan het front terugkeren.

Als Raoul Snoeck iets later was toegekomen, had hij nog kunnen kennis maken met De Kring. De Legerbode beschrijft op 8 februari 1916 hoe er ook tijdens de oorlog aandacht is voor de culturele verheffing van de militairen : in het kamp van Auvours wordt een kring gesticht waartoe alle soldaten toegang hebben.

De Kring bestaat uit een harmonie, een symfoni, een toneelafdeling, een zangafdeling en een sportafdeling. Verstrooiing en vermaak zullen dan ook op veelvuldige wijze verschaft kunnen worden. Op de vergaderingen zullen er muziek, zang, voordrachten en toneelstukken gegeven worden. Het is de vereniging van alle mannen van goede wil en toewijding, die de leefbaarheid van De Kring zullen verzekeren. De vergaderingen zullen dan eens tweetalig, dan eens uitsluitend Vlaams of Frans zijn.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
Raoul Snoeck, In de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon

auvours-lemans-camps

 

 

 

dodendraad in Molenbeersel

In Molenbeersel arriveert op 2 februari 1916 een 70-tal Duitsers om een elektrische draadversperring aan te leggen tussen België en Nederland. Alle grensovergangen zijn meteen gesloten.

Den Draad strekt zich uit over praktisch de totale lengte van de grens. Grosso modo bestaat deze afrastering uit drie rijen draden, waarbij de buitenste rijden beschermingsdraden zijn en op de middelste een spanning van 2000 volt staat. Op min of meer regelmatige afstanden bevindt zich een schakelhuisje met soldatenverblijf, waar de stroom uitgeschakeld kan worden, bijvoorbeeld om het lichaam van een slachtoffer van de draad weg te halen.

Toeristische tip : nabij het voormalige smokkelaarscafé Kempkes, op het kruispunt van de Vlasbrei en de Uffelse weg in Molenbeersel, staat een reconstructie van de grensversperrende draad.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

dodendraad

De laatste uren van de L19

De zeppelin L19 is op 31 januari 1916 samen met acht andere zeppelins naar Engeland gevlogen om te bombarderen. Na het bombardement is de L19 op de terugweg naar Duitsland maar de zeppelin heeft motorproblemen. Boven het Nederlandse Ameland wordt het luchtschip onder vuur genomen door Nederlandse militairen. Hierdoor verliest de zeppelin gas en verliest hoogte. In de nacht van 1 op 2 februari 1916 maakt de zeppelin een noodlanding in de noordzee.

De volgende ochtend vindt een Britse vissersboot, de King Stephen, de drijvende zeppelin. De Duitse kapitein Odo Loewe vraagt aan de Britse kapitein William Martin om hem en zijn bemanning te redden. De Brit weigert en zal later verklaren dat zijn bemanning van 9 ongewapende vissers onmogelijk De Duitse soldaten aan boord kon nemen zonder het gevaar te lopen overmeesterd te worden. Een andere verklaring voor de weigering kan zijn dat de vissersboot aan het vissen was in een zone waar dit niet toegelaten was en dat William Martin wou vermijden dat dit zo aan het licht kwam. En dus vaart de King Stephen weer weg en wordt de Duitse bemanning aan haar lot overgelaten.

De Duitsers verdwijnen samen met de L19 in het water, echter niet zonder een aantal brieven voor hun familie in een fles te hebben gestoken. Deze fles zal in augustus 1916 in Zweden gevonden worden. De tekst van de brieven vind je op de Duitstalige website die bij bronnen vermeld wordt.
Kapitein William Martin vindt begrip bij de Engelse bevolking voor zijn houding maar eveneens onbegrip en afkeuring. Martin besluit niet meer te gaan vissen en sterft op 24 februari 1917 op de leeftijd van 45 jaar. De King Stephen wordt niet meer als vissersboot gebruikt maar de Engelse Navy slaat het schip aan en gebruiken het als Q-schip, een koopvaardijschip dat zwaar bewapend is om Duitse duikboten in de val te lokken. Op 25 April 1916 brengen Duitse schepen de King Stephen tot zinken tijdens het bombardement van Yarmouth en Lowestoft.

bronnen
http://www.zeppelin-museum.dk/D/german/historie/l-19/l-19.html
https://en.wikipedia.org/wiki/LZ_54_(L_19)
http://www.wrecksite.eu/wreck.aspx?189362

(c) North East Lincolnshire Museum Service; Supplied by The Public Catalogue Foundation

(c) North East Lincolnshire Museum Service; Supplied by The Public Catalogue Foundation

voltreffer op de Theems

Het vrachtschip Franz Fischer zinkt op 1 februari 1916 in nauwelijks een minuut na een treffer vanuit een zeppelin. Het is het eerste Britse schip dat getroffen wordt door een bom uit een zeppelin. Dergelijke acties blijven trouwens een zeldzaamheid gedurende de hele oorlog.

Terwijl de Franz Hischer voor anker ligt in de monding van de Theems laat een Duits luchtschip dat net overvliegt een bom vallen, die op de machinekamer terechtkomt, daar ontploft en een gat in de bodem slaat. Slechts drie van de zestien opvarenden overleven de ramp. Een Belgische stomer pikt de drie overlevenden op.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Zeppelin_Thames02