Herbert Sulzbach neemt afscheid van luitenant Reinhardt

In het dagboek van Herbert Sulzbach zien we in de maand februari 1915 dat hij de kans krijgt om naar Luxemburg te reizen. Op 3 februari verlaat hij Luxemburg en rijdt met de trein terug naar zijn artillerieregiment via Sedan, Mohon, Bazancourt, Pont-Faverger en tot slot Ardeuil. Gezien hij al eerder heeft gesproken over de Champagnestreek, neem ik aan dat het gaat om de Franse gemeente die vandaag Ardeuil-et-Montfauxelles gaat. Na zijn aankomst zijn er nog een paar rustige dagen, maar vanaf 16 februari vallen de Fransen aan. De Duitsers raken in paniek, maar luitenant Reinhardt is zowat de enige die kalm blijft. En dan lezen ze op 26 februari 1915 het volgende in het dagboek van Sulzbach :

De Fransen hernemen hun poging voor een doorbraak met hernieuwde krachten en versterkingen. Was de artilleriebeschieting de voorbije dagen al heel zwaar, vandaag is het nog heviger. Ik zag luitenant Reinhardt met zijn arm in een verband. Het is een wonder dat hij alleen gewond is : de observatiepost waarin hij zat met infanteriesoldaten kreeg vijf directe treffers, de ene na de andere, en bijna alle soldaten zijn dood. Reinhardt is zijn linkerduim kwijt door de ontploffing en hij zit onder het bloed, modder, vuil en roet. Ik vrees dat onze geliefde luitenant naar het hospitaal moet. Onze ganse artilleriebatterij treurt. De luitenant neemt van ieder afzonderlijk afscheid en laat zich naar de achterhoede vervoeren in een munitiewagen.

We waren er allemaal door ontzet, gezien we erg op hem gesteld waren. Hij was even onverstoorbaar als menselijk. De ganse troep staart de munitiewagen na lang nadat die verdwenen is achter de bossen. We hebben het gevoel dat we voor hem gevochten hebben.

bron : Herbert Sulzbach, with the German Guns, Pen & Sword

luitenant Reinhardt (helemaal rechts) met 2 andere officieren in 1915

luitenant Reinhardt (helemaal rechts) met 2 andere officieren in 1915

begindagen van augustus 1914 in Frankfurt

Herbert Sulzbach uit Frankfurt, noteert in de eerste dagen van augustus 1914 het volgende in zijn dagboek :

Vrijdag 31 juli: Oorlogstoestand afgekondigd en totale mobilisatie aangekondigd in Oostenrijk-Hongarije. 

Zaterdag 1 augustus, 18.30 uur: De Kaiser geeft bevel tot mobilisatie van het leger en de marine. Dat woord ‘mobiliseren’, het is vreemd, je kunt niet echt bevatten wat het betekent. De eerste mobilisatiedag is 2 augustus. 

Hoe ik het ook probeer, ik kan gewoon niet overbrengen hoe prachtig de stemming en wilde enthousiasme is die ons allemaal heeft overvallen. We voelen dat we zijn aangevallen, en het idee dat  we ons moeten verdedigen geeft ons een ongelooflijke kracht. 

Ruslands vuile intriges slepen ons deze oorlog in; de Kaiser stuurde de Russen nog een ultimatum op 31 juli. Je kunt je nog steeds niet voorstellen hoe het zal zijn. Is het allemaal echt, of gewoon een droom? 

Mijn schoonbroer reisde op 3 augustus naar Wilhelmshaven. Hij is stafmedisch officier bij de Marine Reserve. Ik heb me natuurlijk als oorlogsvrijwilliger ingeschreven op de namenlijst; ik hoop bij ons 63ste regiment terecht te komen. Ik ga naar de kazerne en probeer mijn geluk. Er gebeurt daar van alles, en mensen zijn erg enthousiast; ook enkele tranen bij het afscheid, want het regiment beroepssoldaten vertrekt. 

Ik bezoek mijn lieve moederlijke vriendin Martha Dreyfus en krijg een gelukscentje. Mijn broer is in Londen en wil hier binnen vier dagen zijn, zes op z’n laatst. 

Berthold, die al een tijd onze huisknecht is, sluit zich aan bij zijn regiment, en onze dierbare vriend kapitein Rückward is al vertrokken uit de kazerne. Heel snel, je zou  bijna zeggen binnen enkele uren, zijn bijna alle mannen die je kent verdwenen uit het burgerleven. Mijn zus en al haar getrouwde vriendinnen blijven alleen achter— hun echtgenoten zijn onder de wapenen gegaan. 

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen&Sword military