de kruisweg van Barthas

Korporaal Louis Barthas, tonnenmaker van beroep, moet begin december 1915 terug naar het front. Hij is er niet gelukkig mee, zo blijkt uit zijn dagboek.

Na vijf dagen luizenjacht komen we vandaag terug in de linie, even smerig als bij onze aankomst in Agnez (tussen Lille en Amiens). Het heeft al twee dagen gestortregend. Het is niet te beschrijven in welke staat de verbindingsgangen zich bevinden. Hoe droevig zijn deze aflossingen.

Jezus viel op zijn kruisweg drie keer. Maar hoeveel keer zijn wij niet gevallen, uitgegleden en gestruikeld in deze gangen die inmiddels riolen van water en modder zijn geworden.

Om 9 uur ’s morgens zijn we uit Agnez vertrokken en pas om 7 uur ’s avonds bereiken we de reserveloopgraaf. We kruipen bij elkaar in een diepe, stevige, maar veel te smalle schuilplaats om de nacht door te brengen. Je moet wel halfdood zijn van moeheid om op die manier te kunnen slapen, op en over elkaar, vol modder en doorweekt van regen en zweet.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

GeorgesScott_Tranchee

Georges Scott – une tranchée

 

culinaire meevaller voor Louis Barthas

Op 13 november 1915 zit de Franse korporaal Louis Barthas in Maroeuil om er zes dagen in reserve te blijven. En op de binnenplaats van zijn kwartier ziet Barthas iets bijzonders.

Voor het eerst zag ik in een hoek een wagen staan die niet meer gebruikt werd. (…) Onder de wagen lag een oude lap die ik onwillekeurig met een stok opraapte. En wat vond ik daar ? Twee dikke kippen, goed in het vlees zoals het hoort. Ongetwijfeld had een poilu ze nog dezelfde morgen schaamteloos geslacht en wachtte hij nu de nacht af om ze op te halen.

In alle haast ging ik het grenadier Segueil uit mijn groep melden (…) Ondanks het voortdurende heen en weer geloop op de binnenplaats was het kinderspel voor Segueil de twee kippen in zijn schoudertas weg te moffelen. In een half ingestort huis in Maroeuil waarvan de keuken nog intact was, liet Segueil dezelfde avond nog het gevogelte in twee pannen sudderen. Met twee andere kameraden maakten we er een feest van. We hadden dubbel plezier : een goede maaltijd en dan ook nog de tegenvaller voor de dief die we zelf hadden bestolen.

bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken, vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuizen

Poilus_Table

Fataal bombardement voor foerageurs

Louis Barthas ligt in de eerste linies nabij Neuville-Saint-Vaast en beschijft het volgende in zijn dagboek.

Op de 17e oktober 1915 om negen uur ’s avonds ontplofte een granaat op dertig meter afstand van onze plek midden in de loopgraaf. Twee ongelukkige foerageurs die hun groep van voedsel moesten voorzien, waren op slag dood. Een van hen was de arme kameraad Vieu uit mijn streek die in juli bij ons was gekomen. Hij behoorde tot mijn groep, maar na enige tijd was hij overgeplaatst naar de 18e compagnie waar zijn broer zat die foerageur was van de officieren. Deze laatste werd korte tijd later ook gedood. Het waren goed en eerlijke mensen, actief in de socialistische partij van hun dorp. Oorlog is niet bepaald ongunstig voor de kapitalistische burgerij !

Bij de aflossing werd de 18e compagnie die naast ons lag, zwaar getroffen; er viel een twintigtal doden of gewonden. Onze compagnie telde maar drie gewonden. Dit hadden we te danken aan het feit dat we zo dichtbij de Duitsers lagen dat hun artillerie niet op ons durfde te schieten uit vrees hun eigen loopgraven te raken.

bron : Louis Barthas, dagboeken, uit het Frans vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuijzen.

tekening van Leroux - cortège des cuistots

tekening van Leroux – cortège des cuistots

Executie van Edith Cavell

Edith Cavell

Edith Cavell

Schaarbeek, 12 oktober 1915 om 7 uur ’s ochtends : een vuurpeloton van acht Duitse manschappen executeert Edith Cavell. Oproepen aan de Duitse goeverneur, generaal von Bissing van vooraanstaanden uit de Verenigde Staten en Spanje om haar executie toch minstens uit te stellen, hebben niets uitgehaald.

Gaston Quien

Gaston Quien

Edith Cavell, die tal van militairen hielp onderduiken of naar Groot-Brittannië ontsnappen, werd verraden door de Fransman Gaston Quien die later in Frankrijk veroordeeld zou worden als collaborateur. De Duitse krijgsraad veroordeelde haar “wegens verraad” tot onmiddellijke terechtstelling om te voorkomen dat hogere autoriteiten genadeverzoeken zouden indienen.

Meteen na haar terechtstelling wordt Edit Cavell stilletjes begraven nabij de gevangenis van Sint-Gillis. Groot-Brittannië bezorgt haar na de oorlog een grote hulde met een plechtige eredienst in Westminster Abbey. Vervolgens gaat het naar haar definitieve begraafplaats  Life’s Green in Norwich. Ook elders wordt deze helding geëerd : een ziekenhuis in Ukkel, een monument bij Trafalgar Suare, een berg in Canada, een geologische formatie op Venus worden naar haar genoemd.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

https://berichtenuithetverleden.wordpress.com/2012/06/22/edith-cavell-4-december-1865-12-oktober-1915/

de slag bij Loos

De slag bij Loos was onderdeel van het tweede Franse Artois-offensief in de herfst van 1915. De reden om aan te vallen werd geleverd door Joseph Joffre, die erop wees dat de geallieerden op een enorme suprematie konden rekenen in de verhouding van 3 tegen 1.

De aanval op Loos begon met een vierdaags bombardement vanaf 25 september 1915 waarbij 25.000 granaten werd afgevuurd. Onder bevel van Douglas Haig – die vraagtekens zette bij de, in zijn ogen, kleine hoeveelheid gebruikte granaten, zetten de Britten 6 divisies in. Een groot voordeel was de numerieke overmacht aan dit stuk front : 7 tegen 1. Voor het eerst gebruikten ook de Britten chloorgas – 5.100 bussen. helaas blies de wind de verkeerde kant uit, zodat er aan Britse kant 2.632 slachtoffers vielen (van wie ‘slechts’ 7 dodelijke).

Tot Haigs eigen verrassing bleek de aanval succesvol; de eerste dag veroverden zijn troepen Loos en trokken verder richting Lens. Haig vroeg om het IXe korps beschikbaar te stellen, maar sir John French maakte daar geen haast mee. Deze troepen arriveerden pas de volgende avond. Dit gaf de Duitsers de tijd om reservetroepen aan te voeren. Zonder voorafgaande beschietingen konden de Britten niet aanvallen, zo bleek de volgende dag. De Duitsers waren verwonderd dat de Engelsen zonder echte dekking richting hun machinegeweren liepen. Een herhaling van dit evenement, op 13 oktober 1915, liep vast door slecht weer en door nog meer verliezen. Alles bij elkaar vielen er 50.000 slachtoffers aan Britse kant, bij de Duitsers minder dan de helft hiervan.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

Loos1915

Louis Barthas verdwaalt in Frans-Vlaanderen

Einde augustus 1915 zit Louis Barthas in een rustige frontsector in het departement Pas-de-Calais. Maar de rust duurt niet lang.

Op 27 augustus 1915 waren we in Sains-en-Gohelle. Dezelfde avond nog moesten we vertrekken naar de linies. Maar in de loop van de dag kwam een sensationeel tegenbevel. We moesten weg uit deze zone. Vertrek om 2 uur ’s nachts. (…)

Drie dagen later moesten we ’s middags op het station van Prenes-Camblain op de trein. De ransels vol met onverteerbare soldatenkoenen en blikken cornedbeef, genoeg voor drie dagen. (…)

De trein reed langs Hazebrouck en om acht uur ’s avonds stapten we uit in Bergues, zes kilometer van Duinkerken. We hoopten in Bergues te kunnen blijven maar tot onze grote ontgoocheling gingen we onmiddellijk verder in de donkere nacht door de eindeloze vlakten van Frans-Vlaanderen. Verder en verder.(…)

Het ronddwalende bataljon trok verder door de grote donkere vlakte. Tot overmaat van ramp begon het ook nog te gieten. De achterblijvers werden steeds talrijker en maakten van de duisternis gebruik om te kankeren. (…)

Voor de colonne uit marcheerde onze nieuwe majoor. Hij heette Leblanc. Klein, mager en ziekelijk als hij was, gaf een grapjas hem al vlug de bijnaam “Magere Hein”. Dat bleek een succes want de brutale soldaten zouden hem nooit meer anders noemen. Hij was onze gids, maar de man kon kaart lezen als een karper een brevier en hij vergiste zich voortdurend. (…)

Het resultaat was dat we midden in een stortbui om één uur ’s nachts in een veld stonden waar de weg ophield. Ik hoorde de majoor klagend toegeven:”Ik geloof dat we verdwaald zijn.”. Hij was er nog niet helemaal van overtuigd. Zijn ordonnansen moesten links en rechts een boerderij gaan zoeken waar hij met zijn officieren terecht kon. Wij mochten, edelmoedig als ze waren, vrijelijk gebruik maken van het modderige veld om daar in afwachting van de volgende dag te gaan liggen. We ontdekten vlakbij een grote schuur die de Voorzienigheid daar speciaal voor ons leek neergezet te hebben. De schuur was aan alle kanten open, het dak rustte op een paar oude balken in de grond. Vlakbij stonden een paar hooimijten. In een oogwenk waren ze uit elkaar gerukt en binnen een kwartier klonk uit de schuur luid gesnurk. Bijna het hele peloton sliep op een dik bed van hooi. Ik kan me niet herinneren in mijn leven ooit beter geslapen te hebben.

bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken, uit het Frans vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuizen

De tekening hieronder is van Léon Broquet, “La bourasque à Sillery”.

broquet_bourrasque

Louis Barthas verdwaalt in de voorste linie

Eind juni 1915 is Louis Barthas gelegerd nabij Sains-en-Gohelle, een gemeente in de Pas-de-Calais op zo’n 15 kilometer van Lens en 40 kilometer ten zuidwesten van Rijsel (Lille). Hij krijgt samen met zijn frontmakkers de opdracht een nieuwe loopgraaf aan te leggen op een plek waar de voorste linie niet meer bestaat door de aanhoudende artilleriebombardementen. In zijn dagboek noteert Barthas het volgende.

Om negen uur ’s avonds volgden we met circa veertig soldaten onderluitenant Malvesy die ons in groepjes verspreid opstelde. Het was een donkere nacht, landkaarten en kompas hadden geen enkel nut. We moesten ons door ons gevoel laten leiden. Maar deze keer kwamen we bedrogen uit want degenen die met de onderluitenant voorop liepen, kwamen in een Duitse loopgraaf terecht. We merkten het pas toen de vijandelijke wachtposten, misschien nog banger dan wij, met een keelstem riepen :”Halt, wer da ! Halt, wer da !”. We raakten in totale paniek. Het was redden wie zich redden kan, we wisten zelfs niet meer waar de Franse loopgraven waren. Er werd geschoten en met handgranaten gegooid. We verstopten ons in granaattrechters. (…)
Dit alarm zou wel eens aan aanleiding kunnen zijn tot een hele nacht ononderbroken vuurgevecht. Gelukkig gebeurde er niets. Het werd weer rustig en we konden verder werken.

bron : Louis Barthas , vertaald door Dirk Lambrecht, oorlogsdagboeken, uitgeverij Lubberhuizen

schilderij van Géo Michel - fusée éclairante

schilderij van Géo Michel – fusée éclairante

Louis Barthas ontsnapt aan de vuurdood

Op 10 juni 1915 heroveren de Fransen Neuville-Saint-Vaast. De 2e slag om Artois woedt dan nog in alle hevigheid en zal nog enkele weken duren. Louis Barthas neemt deel aan de gevechten in Artois en zit op zo’n 20 kilometer vandaar, ergens tussen Lorette en Saings-en-Gohelle. In zijn dagboek lezen we hoe gruwelijk en ongenadig de gevechten waren.

Op een kruispunt in de verbindingsgangen lag een ongelukkige soldaat op de grond die door een granaat onthoofd was, als door de guillotine. Naast hem lag iemand die vreselijk verminkt was. Ik deed een paar passen naar rechts en zag tot mijn verbijstering een stapel lijken, bijna allemaal Duitsers, die in de op deze plaats zeer brede loopgraaf zelf waren begraven. Bij de ingang van de loopgraaf lag leunend op de borstwering een jonge Duitser die leek te slapen. Geen spoor van verwondingen, maar de dood had hem met zijn vleugels beroerd.  Hij had hem een glimlach gelaten die nu nog op zijn jeugdige gezicht te lezen stond.

“Hier zijn alleen maar doden!”, riep ik. Toen ik terugliep, sloeg ik rechtsaf en vond eindelijk nog levenden die doodsbleek met grote ogen van schrik in groepjes van drie of vier op hun hurken zaten. Het waren net schichtige dieren. Ze zwegen en staarden in het niets. De aanhoudende artilleriebeschietingen lieten hen totaal onverschillig.

Maar wat gebeurde er ? Opende de hel zich onder onze voeten ? Stonden we op de rand van een uitbarstende vulkaan ? De loopgraaf stond in lichterlaaie en vulde zich met een bijtende rook. Er hing een verstikkende lucht. Ik hoorde gefluit en gekraak, maar ook een verschrikkelijke gehuil van pijn. De ogen van sergeant Vergès waren verbrand. Aan mijn voeten rolden twee ongelukkigen over de grond van ellende. Hun kleren en handen, hun hele lichaam stond in brand. Het waren levende toortsen. In de loopgraaf vatte alle vlam : dekens, tentzeilen en zakken. De Duitsers hadden een ontvlambare vloeistof op ons afgevuurd. Tot overmaat van ramp sloeg de brand over naar een kist lichtkogels die omviel. Dat veroorzaakte het meeste lawaai, vonken en rook.

Ik bedekte mijn gezicht met mijn handen en vluchtte weg uit deze hel. Ik verloor alle besef. Zo kwam ik terug bij mijn manschappen. Ze zeggen dat ik wezenloos uit mijn ogen keek en wartaal uitsloeg, maar deze toestand duurde niet lang en al vlug vond ik mijn zelfbeheersing terug.

bronnen

https://makersley.com/neuville-10-jun-1915/

Louis Barthas, oorlogsdagboeken, uitgeverij Bas Lubberhuizen

flammenwerfer

de eerste observatieboom aan het front

arbre-blindeIn Lihons (departement Somme) zetten de Franse troepen op 16 mei 1915 voor het eerst een observatieboom in. Dit handgemaakte en beschilderde metalen kader, dat er op een asftand uitziet als een echte boom, moet de militairen toelaten om vanaf een zekere hoogte de vijandelijke activiteiten waar te nemen.

De observatieboom was een nieuwe stap in het aanwenden van camouflagetechnieken tijdens de oorlog. Drie maanden geleden kreeg een ploeg onder leiding van Lucien Guirand de Scevola, schilder van beroep, de opdracht om zijn ideeën rond camouflage uit te werken. De camouflageactiviteiten vielen zo in de smaak dat er op het einde van de oorlog bij het Franse leger duizend ontwerpers en achtduizend makers van camouflage aan de slag waren.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

wielrenner François Faber sneuvelt

François Faber02Het lot van François Faber, winnaar van de ronde van Frankrijk in 1909, illustreert hoe dicht het opperste geluk en de dood bij elkaar liggen. Terwijl hij zich in de loopgraaf bevindt, krijgt François Faber op 9 mei 1915 een telegram met de boodschap dat zijn echtgenote bevallen is van een dochtertje. Van pure vreugde springt de kersverse vader uit zijn schuilplaats en wordt meteen gedood nabij Mont-Saint-Eloi door een kogel van een Duitse scherpschutter.

Faber werd geboren in Frankrijk, maar neemt later de Luxemburgse nationaliteit aan. In de jaren voor de eerste wereldoorlog was hij een wielrenner van topniveau. Zijn Tourwinst van 1909 was de eerste van een niet-Fransman. In diezelfde Tour won hij vijf ritten na elkaar, een record dat ondertussen nog door niemand verbeterd werd, zelfs niet door de allergrootste.

Gezien de Luxemburgse nationaliteit nam Faber dienst in het Vreemdelingenlegioen. Zijn reden om dienst te nemen heeft hij als volgt verwoord :”La France a fait ma fortune, il est normal que je la défende.”. Hij tekende een contract als oorlogsvrijwilliger voor de duur van de oorlog, maar zal het einde dus niet meemaken.

François Faber01

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://fr.wikipedia.org/wiki/François_Faber

http://blog.seniorennet.be/wilfried_1944/archief.php?ID=700851