Arabische Stenen in Westvleteren

Op het kerkhof van Westvleteren heb ik ze zien liggen, in de grote gemeenschappelijke put, de vroegere rode broeken en de blauwe turco’s, gesneuveld bij het Veerhuis, la Maison du Passeur, ginder aan de Ieperlee. Gesneuveld, in de aarde gestopt, ongekend en vergeten voor immer. En zo zijn er duizenden, miljoenen ! Heer, zo de mensen onmeedogend zijn, weest Gij toch barmhartig.

Dat noteerde student Jeroom Leuridan uit het naburige Oostvleteren op 20 april 1915 in zijn dagboek. De ‘rode broeken’ verwijzen naar Franse soldaten, de ‘blauwe turco’s’ naar de Algerijnen die met de Fransen meegevochten hadden aan de Ieperlee, een zijrivier van de Ijzer. Op het kerkhof van Westvleteren kregen de gesneuvelde moslims de volgende maanden een individueel grafteken met een Arabisch opschrift. Men vindt er nog steeds de graven van tweehonderd Fransen, met hetzelfde kruisje. De Arabische stenen zijn verdwenen.

ArabischeStenenbron
Daniël Vanacker, België in de grote oorlog, Roularta Books

Raoul Snoeck krijgt een brief van het thuisfront

Raoul Snoeck is na lange tijd terug actief bezig met zijn dagboek. Op 27 januari 1915 noteerde hij dat hij een brief van zijn ouders uit Gent had gekregen. Daarna wacht hij tot 10 april 1915 voor hij weer iets in zijn dagboek noteert. We lezen er het volgende :

Sinds vijftien dagen heb ik met de eerste legerdivisie rust in Ghyvelde. Ik krijg een brief van moeder. Zoals altijd wenst ze me goeie moed en spoort me aan geduldig te zijn. Om de waarheid te zeggen : aan deze verschrikkelijke nachtmerrie moet toch eens een einde komen. En misschien zijn we dichter bij dat einde dan we allemaal denken. Elke dag brengt ons nader bij de ontknoping. Ondanks wanhoop en tranen komen we geen stap dichter bij het uur van de waarheid. In afwachting : hoop doet leven… en we hebben er veel nodig.

Ghyvelde_kaartje

Ghyvelde klinkt dan wel heel Vlaams maar is toch Frans grondgebied. Deze Franse gemeente grenst aan De Panne en hoort bij het moerassig gebied dat ze “de Moeren” noemen.
Tijdens de eerste wereldoorlog was ook dit gebied overstroomd als extra bescherming van de havenstad Duinkerke die op 40 kilometer van het front lag. De Duitsers hebben meermaals Duinkerke beschoten onder andere met het lange-afstandskanon Lange Max

Hieronder staat een oude foto van de marktplaats in Ghyvelde. Het is niet zeker dat Raoul Snoeck de slagerij “in de vetten os” heeft gezien, maar de kans is niet denkbeeldig.

Ghyvelde_Boucherie_Au_Boeuf_Gras

bronnen

Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, vertaald uit het Frans door André Gysel, Snoeck-Ducaju

http://www.ville-dunkerque.fr/decouvrir-dunkerque/histoire-de-la-ville/1000-ans-dhistoire/la-grande-guerre/

urenlang granaatvuur in het slijk van Saint-Maurice

Gerhart Pastors, een van de vele Duitse studenten die zich vrijwillig meldden, schrijft op 10 april 1915 vanuit Saint-Maurice (Frankrijk, departement wordt niet vermeld) het volgende in een brief :

Beroerd weer, koud regenachtig. In de loopgraven stond er 30 tot 40 centimeter slijk en water. Onze kleding, door en door nat en doordrenkt met leem, zoog zich vast en drukte op onze verstijfde ledematen. Niet alleen onze muts was nat, maar ook onze haren, niet alleen onze benen, maar ook onze voeten in de laarzen. En zo moesten wij het eens 24 uur achter elkaar zien uit te houden. Dan urenlang, een ontzettend granaatvuur, zodat men waanzinnig dreigde te worden, en dan tot slot een stormaanval van de Fransen, die uitliep op een bloedig handgemeen. Zo ging het dagenlang : duizenden lijken.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Schutzengraben

Lier ligt er met de paasdagen van 1915 troosteloos bij

Auteur Virginie Loveling ontmoet op 7 april 1915 iemand die tijdens de voorbije paasdagen in zijn geboortestad Lier op bezoek was. De voormalige Lierenaar vertelt hoe de stad eraan toe is :

De schade is er onbeschrijfelijk, een zijde van de Grote Markt is helemaal verwoest, moedwillig door de Duitsers verwoest. In de tuintjes liggen nog overal ongeschonden buisjes met ontplofbare stoffen, mild-misdadig uitgestrooid.

Het kasteel van Nazareth is ook ten gronde vernietigd. Niets kon gered worden van de antiquiteiten en schatten van allerhande aard : kostbare tapijten, schilderijen, porselein in overvloed… Het vele hectaren grote park heeft veel geleden.

Toeristische tip : de deels bewaarde toegangspoort tot het kasteel van Nazareth (voordien een abdij) staat nog overeind : Marnixdreef, Lier.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Lier1914_02

gevechten rond Drie Grachten

Dokter Lievens maakt gevechten rond Drie Grachten mee. Drie Grachten is een gehucht in Merkem, deelgemeente van Houthulst en gelegen aan het front. In zijn dagboek noteert hij einde maart begin april de volgende zaken :

22-3-1915
Nachtwerk. Duitse aanval bij Drie Grachten. Ze veroveren de stelling van het veerbootje.

23-3-1915
Met de commandant begeef ik me naar Duinkerke. We vernemen er dat Przemysl zich heeft overgegeven (lees meer hierover op deze bladzijde) . ’s Avonds ondergaat Reninge een beschieting bij volle aflossing. Vier doden en zes gewonden.

25-3-1915
Net als gisteren het gewone loopgravenwerk, zonder incidenten.

26-3-1915
Na het werk worden we door de Duitse artillerie bestookt. De granaten achtervolgen ons naargelang we ons verplaatsen. Een grote scherf valt op een halve meter van mij.

27-3-1915
Ik ontvang een brief van Maria Ide (schoonzus) en een andere van Ninove. Iedereen maakt het goed, dat is het belangrijkste. Nachtwerk van 19:00 tot 04:00 uur. Geweervuur bij post 2.
Het klooster van Pollinkhove met de infirmerie wordt getroffen door een granaat, die een bancardier doodt en vijf zieken verwondt.

1-4-1915
Een Duitse piloot gooit strooibriefjes uit met de mededeling dat ze Lo gaan bombarderen. Wat een verfijnde aankondiging ! En werkelijk, twee uur later begint dat feest. Het was dus geen aprilvis !

4-4-1915
Explosie van een munitiedepot. Acht man komen om.

5-4-1915
Zeven man verdrinken bij de aflossing van post 3. Tijdens de nacht vissen we twee lijken op.

6-4-1915
Ook de vijf andere lijken kunnen we bergen.

7-4-1915
Begrafenis van de acht ongelukkigen die op 4 april door die explosie zijn omgekomen. Daarna heroveren we de stelling van het veerbootje bij Drie Grachten.

bron : André Gysel, Dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

DrieGrachten_Veerman

 

Herbert Sulzbach brengt de paasdagen in een hospitaal door

Herbert Sulzbach noteert begin april 1915 in zijn dagboek het volgende :

1 april : Ik heb een verschrikkelijke jeuk aan mijn huid en wil dat laten onderzoeken. Ik ga te voet naar Bazancourt-Ferme, van daar naar Chatillon en vervolgens, in een heerlijk lenteweertje, door omgeploegde velden en valleien naar Bally, waar ik een troepenconcentratie zag zoals nooit tevoren. Nieuwe regimenten met nieuwe nummers, in een nagelnieuwe uitrusting. Vandaar ga ik naar Vouziers. Daar gebeurt heel wat in Vouziers. Ons hoofdkwartier is er gelegen, en ook heel wat militaire hospitalen, en daar hoorde ik – voor het eerst sinds lang- de stem van een Duitse vrouw. Ik kom toe in het hospitaal van Sedan om 6 uur. Ik heb uitslag en dat komt van het niet wassen en van de vuiligheid waarin we wekenlang moeten leven. Maar in 2 dagen tijd ben ik genezen.

Paaszondag, 4 april : Ik denk na over het verleden en de toekomst. Ik denk terug aan Pasen 1913 die ik doorbracht met Bob (Bob was mijn bijnaam voor Friedl Schneider. De uitstap naar Lugano was mijn eerste onofficiële huwelijksreis). Ik bouw luchtkastelen voor de Paasdagen die na de oorlog zullen komen.

bron : Herbert Sulzbach, With the German guns, Pen & Sword military

Over Vouziers zijn er heel wat foto’s gevonden waar Duitse soldaten op staan. Ik plaats er hier één bij samen met een foto van het militair hospitaal van Sedan waar Sulzbach gelegen heeft.

Duitse soldaten in Vouziers

Duitse soldaten in Vouziers

militair hospitaal te Sedan

militair hospitaal te Sedan

Een duikboot vaart door Gent

In haar oorlogsdagboek noteert Virginie Loveling op 31 maart 1915 dat ze enkele dagen geleden een duikboot door Gent zag varen.

Vrijdag is een duikboot door een deel van de stad gevaren, begeleid door hulpboten en veel militairen. De nieuwsgierigen werden achteruit gedreven. De duikboot kwam van Antwerpen en vaarde de Schelde op. Deze ochtend, bij mooi weer, scheen de stad als uitgestorven. Bijna geen mensen te zien langs de boulevards. De brug aan de Visserij, waar de duikboot voorbij voer, wordt door een schildwacht bewaakt.

Een duikboot in een vlottend droogdok wordt naar Brugge getrokken (uit oorlog onder water)

Een duikboot in een vlottend droogdok wordt naar Brugge getrokken (uit het boek “oorlog onder water”)

Het is niet zeker dat die duikboot vanuit Duitsland komt varen. De Duitsers hadden eerder de diverse havens van België bekeken : Oostende, Zeebrugge, Brugge, Gent en Antwerpen. Na inspectie hadden ze het idee opgevat om kleine duikboten in onderdelen per spoor te vervoeren en op de Gentse werf in elkaar te steken. Antwerpen biedt nog meer faciliteiten dan Gent.  Ook daar kunnen onderzeeboten in elkaar gezet worden en via de kanalen de doortocht maken van Antwerpen, naar Gent, Brugge en Oostende.

Karl Bartenbach

Karl Bartenbach

Deze duikboot maakte deel uit van de Unterseebootsflottilje  Flandern. Op 29 maart 1915 wordt deze flottilje gecreëerd met Korvettenkapitän Karl Bartenbach als bevelhebber. De duikboot die Virginie Loveling in Gent zag varen, zal een van de eerste duikboten geweest zijn van deze kersverse marine-eenheid.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds, 2014

http://uboat.net:8080/articles/48.html

http://www.vliz.be/wetenschatten/beeldbank.php?album=3793&pic=53342

Zware bombardementen aan het Ijzerfront

Jeroom Leuridan bekijkt de gebeurtenissen aan de frontlinie in de voorbije week (einde maart 1915).

Al de dorpen op heel de slaglinie van Ijzer en Ieperlee die dicht genoeg nabij de Duitse stellingen gelegen zijn, werden deze week beschoten : Vlamertinge, Elverdinge, Brielen, Woesten, Pollinkhove, Lo, Fortem en meest en ergst Oostvleteren.

Gaat dit nog voortduren ? Niemand weet het. Het zwaard van Damocles blijft boven ons hoofd hangen. Heer, spaar ons, onze woonsten en onze kerken. Uw kerken !

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Loo_Ruines

veroordeeld wegens lafheid

Jeroom Leuridan, later advocaat en Vlaams-nationalistische politicus, beschrijft in zijn dagboek op 17 maart 1915 hoe een Franstalige Belgische krijgsraad een Vlaamse soldaat die de Franse taal niet machtig is, veroordeelt wegens lafheid.

Op het einde van het proces klonk de enige Nederlandstalige zin :”Heb que noc iets te seque ?”. Natuurlijk had de soldaat niets te “seque”, want hij had van het hele verloop van het proces niets begrepen.

Een paar weken later wordt Leuridan medewerker van De Belgische Standaard, een Nederlandstalige krant die verspreid wordt in het onbezette gebied.

Krijgsraad

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Herbert Sulzbach rust uit in Les Petites-Armoises

In zijn dagboek noteert Herbert Sulzbach na de winterveldslag in de Champagne het volgende :

Wij, oorlogsvrijwilligers, mogen fier zijn op het feit dat we betrokken waren in de grote slagen in het westen sinds de oorlog is uitgebroken. We waren bij de opmars betrokken, in de eerste defensieve slag in Vlaanderen en nu in de winterveldslag in de Champagne.

Les Petites-Armoises

Les Petites-Armoises

(…) We waren elf weken in dit gebied, elf weken van ononderbroken vechten, in de grootste veldslag tot nu toe en op 14 maart 1915 verlaten we de frontlinies. We trekken door Vouziers en onderweg passeren we gemotoriseerde colonnes of colonnes op paardenkracht die naar de achterhoede trekken. (…) We komen aan in Les Petites-Armoises. We worden ingekwartierd en vallen in een lange, lange slaap, op hooi in een zolder, en er zijn geen ontploffingen meer te horen.

15 maart 1915 : Ik zit in de tuin die bij de schuur in dit kleine dorp hoort. Rechts van mij is een kleine kerk in een andere kleine tuin, en recht voor me, de boerderij en de brede dorpstraat, mooi en proper. Links van me zijn een aantal omgeploegde velden waar het eerste lentegroen al verschijnt, en je kan de vogels horen fluiten. Ik moet dit allemaal noteren omdat dit zo ongewoon voor me is en mooier dan ik me kon inbeelden. Ik merk plots dat ik nog in leven ben. Of beter, het voelt eerder alsof ik uit de doden ben opgestaan. Ik voel een golf van heimwee, en ik merk enkel dat er nog oorlog is door het gerommel van de artillerie in de verte. Hopelijk blijven we hier een aantal weken. De mensen van de boerderij geven ons melk en boter. Het is allemaal zo rustig en vredevol. Ik praat met de lokale burgers en alles wat deze goede mensen zeggen, vind ik interessant. Ik ga met een van mijn kameraden naar de kerk, waar een Franse priester een misviering houdt.

We zorgen voor de paarden, voeren wat taken uit en rusten voor de rest uit deze dagen in een heerlijk lenteweer. Ik ben nog altijd bij mijn maat Kurt Reinhardt (noot : dit is de broer van luitenant Reinhardt waarvan sprake in dit berichtHij en ik en nog 2 anderen hebben een kamer voor ons vieren, bij enkel Franse boerenmensen, en een zicht over kilometers omgeploegde velden die langzaam groen worden. De eigenares van de boerderij is een weduwe die hier woont met haar dochter Valentine. De volgende dagen trainen we de paarden en rijden door bossen en weiden. We vinden deze rustige streek echt heel aangenaam.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military