Jaak Tasset wordt gefusilleerd

Op 14 juli 1916  fusilleren Duitse soldaten  Jaak Tasset in Hasselt. Tasset is zowel lid van de inlichtingendienst als grenspasseur. Zoals bij zovelen uit de inlichtingendienst loerde verraad ook bij hem ergens op de achtergrond. Samen met enkele medestanders werd hij verklikt en aangehouden. Een rechtbank achtte hem schuldig en sprak de terechtstelling uit.

Reeds in 1919 verschijnt er een gedenkboekje over hem en wordt er een straat naar hem genoemd in Neerpelt. Omwille van de aanwezigheid van ‘den draad’, de elektrische grensversperring op de grens met Nederland, is de taak van grenspasseur een hachelijke onderneming, maar blijkbaar bracht Tasset het er altijd levend van af.Tot hij jammer genoeg verraden werd.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

JaakTasset

andere gevechtstechnieken aan Ijzerfront

Terwijl de slag aan de Somme in alle hevigheid woedt, is er aan het Ijzerfront weinig beweging te merken. Dat betekent echter niet dat er geen gevechten zijn, integendeel. Maar waar de geallieerde soldaten nog met de bajonet op het geweer naar voor stormen aan de Somme, daar krijgen de Belgische soldaten aan het Ijzerfront andere wapens uitgedeeld. En deze wapens zijn eerder bedoeld voor snelle overvallen op vijandelijke loopgraven. Raoul Snoeck noteert op 2 juli 1916 het volgende in zijn dagboek.

Vandaag hebben we grote messen gekregen, een soort dolken. Ze werden verdeeld onder de beste soldaten van elke compagnie. Velen onder ons durven ze nauwelijks hanteren, op mij maken ze een vreemde indruk. We zijn verrast dit nieuwe moorddadige wapen in handen te krijgen, waarmee we ons in de toekomst moeten verdedigen. De bajonet is te lang en te hinderlijk. En zeggen dat we beschaafde mensen zijn, niet te geloven. De Duitsers bedienen zich al lang van dit soort wapens. Zij hebben ons gedwongen soldaat te zijn en naar hun voorbeeld moordenaars te worden. Dumdumkogels, duikboten die eerzame reizigers aanvallen, brandbommen, stikgas, alle middelen zijn goed. Maar dat belet niet dat wij hen vroeg of laat wel zullen liggen hebben.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon

loopgraafdolken.jpg

Martinus Evers in het 23e linieregiment

Ik heb al eerder op deze blog geschreven dat ik weinig met zekerheid van mijn grootvader weet.De meeste berichten verwijzen naar feiten van de dag om de sfeer te scheppen waarin mijn grootvader heeft geleefd. Maar soms kan ik feiten gebruiken om veronderstellingen te doen over het lot van Martinus Evers.

Eerste feit : via onderstaande website weet ik dat mijn grootvader deel uitmaakte van het 23e linieregiment http://www.tenboome.webruimtehosting.net/guldenboek/index/naam.pdf

Tweede feit : in zijn dagboek noteert Jeroom Leuridan einde juni 1916 dat zijn regiment is ontdubbeld.

Ik ben nu in première, I/1 van het 23e linieregiment.

Verder vermeldt het boek over Leuridan dat hij in die periode in Alveringem in de school een studentenvergadering bijwoont, geleid door Dr. Hilaire Gravez. Een paar dagen later is er een revue-vertoning voor het 3e en het pas opgerichte 23e linieregiment.

Ivo De Wispelaere is zo vriendelijk geweest me al geruime tijd geleden informatie door te sturen. Daardoor weet ik dat het 3e linieregiment in juni 1916 600 recruten had ontvangen. Door deze versterkingen kom men het 3e linie terug opdelen in het 3e en het 23e linieregiment. Ivo vermeldt trouwens eveneens Jeroom Leuridan die van het 3e naar het 23e overgaat.
In februari 1916 is Martinus Evers ingelijfd in Folkestone. Eind april 1916 is de foto genomen van Hamontenaren in het Franse kamp Auvours. We zijn nu 2 maanden verder. Ik neem aan dat het nu 100 jaar geleden kan zijn dat Martinus Evers bij het 23e linieregiment is aangekomen.

EversMartinusGuldenBoek

 

de heldenmoed van een mijnwerker

Een van de talloze namen die vermeld staan op het Ploegsteert Memorial for the Missing is die van soldaat William Hackett, die op 27 juni 1916 overlijdt. Hij is al 23 jaar mijnwerker wanneer hij in 1915 het Britse leger vervoegt. Niet helemaal onverwacht komt hij terecht bij een legeronderdeel verantwoordelijk voor het graven van tunnels.

Als gevolg van de explosie van een Duitse mijn raakt William Hackett samen met vier anderen opgesloten in een ondergrondse galerij. Na bijna een dag graven is er opnieuw contact met de buitenwereld. Soldaat Hackett helpt drie van zijn makkers door de smalle opening naar buiten, maar weigert de vierde man van het groepje, die zwaargewond is, alleen achter te laten. Ook niet wanneer het gat naar de buitenwereld steeds kleiner wordt. Uiteindelijk stort de mijngalerij in.en sterven beide mannen. William Hackett krijgt postuum een Victoria Cross voor zijn moed en zelfopoffering.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

williamhackettvc

 

 

Charles Fryatt krijgt ruzie in fort Lapin

Het brits koopvaardijschip SS Brussels, op weg van Rotterdam naar Groot-Brittannië, wordt op 23 juni 1916 voor de Belgische kust aangehouden door een Duitse torpedoboot en vervolgens naar Zeebrugge geleid. Tot hier lijkt dit een banaal oorlogsincident.

De kapitein van de Brussels, Charles Fryatt, heeft met zijn schip al eerder problemen gehad met de Duitse marine. Op 28 april 1916 wordt zijn schip aangehouden door de Duitse onderzeeër U-33. De kapitein tracht de duikboot te rammen, maar die kan, weliswaar beschadigd, ontsnappen dor vliegensvlug te duiken.

Dat weten de Duitsers niet op het moment dat ze hem tot Zeebrugge meevoeren. Integendeel, de sfeer is zeer hartelijk. Kapitein Fryatt wordt uitgenodigd om met de Duitse U-bootofficieren mee te dineren in hun officierenmess in fort Lapin. De sfeer slaat helemaal om als de Duitsers de medaille in de gaten krijgen die Fryatt van de Britse regering ontving voor zijn rampoging van de U-33. Hij wordt gearresteerd en door een Duitse krijgsraad ter door veroordeeld. Op 28 juli 1916 volt de terechtstelling van kapitein Charles Fryatt.

Fort Lapin bestaat nog steeds en is momenteel een aperobar onder de naam salon Lapin.

bronnen :
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

CaptainFryatt_SS_Brussels.jpg

 

teloorgang van Nieuwpoort

Dokter Lievens gaat van Ramskapelle naar Nieuwpoort en noteert in zijn dagboek op 18 juni 1916 het volgende :

Wat een verschil met het Nieuwpoort van vorig jaar, hoewel toen de meeste huizen ook al beschadigd waren. Maar nu hinderen alle soorten van puin de doorgang van de straten niet meer, want ze worden dagelijks geruimd. De Tempelierstoren is compleet in de vernieling geschoten. Op de Markt is het spektakel betreurenswaardig. Van de Hallen blijft alleen een skelet van vier muren over. De stoere, bijna massieve kerktoren is aan het wankelen gebracht, gescheurd en verkruimeld. Het bedehuis raakt elke dag wat meer verpulverd door de inslag van zware granaten. Daarrond zijn de graven van heldhaftige Fransen blijven aangroeien. De Franse bezetters van de sector onderhouden ze met grote zorg. Hier en daar gapen gaten in de grond voor nieuwe slachtoffers en de Franse poilus die ernaast passeren, moeten zich afvragen of ze daar morgen rust en vrede zullen vinden. Want elke dag vallen er nieuwe slachtoffers.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

Nieuwpoort_Station

Hooge ondertunneld

De manschappen van de 175 Tunneling Company krijgen de opdracht om in Hooge (Zillebeke) een tunnel te graven om de Duitse stellingen en het kasteel Hooge op te blazen.

Eerst komt er een verticale tunnel van 7,5 meter diep, vandaar gaat het horizontaal verder, meerdere honderden meters. Telkens zijn er twee mensen aan het werk in de bekiste tunnel : de ene graaft, de andere doet het uitgegraven zand in zakjes die dan naar de oppervlakte worden gehesen met een katrol. Voor de verlichting zijn er kaarsen terwijl een blaasbalg voor de ventilatie zorgt.

Soldaat George Clayton kijkt op een afstand van 250 meter toe hoe men de tunnel opblaats :”Ik zag hoe de aarde omhoog kwam en hoe de grond schudde. Het maakte een dof, ploffend geluid, net als een aardbeving, en er ontstond een gat zo groot als een steengroeve”.

Toeristische tip : Hooge Crater, Meensegweg 467, ZIllebeke

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

TunnelingCompany

Dodendraad tussen Neerpelt en Hamont verhuist

Net als elders langs de grens tussen België en Nederland staat “den Draad” in noord-Limburg er nu al geruime tijd, maar dat blijkt niet voldoende om iedereen die de grens wil overschrijden, tegen te houden. het voornaamste probleem voor de Duitsers is dat deze elektrische versperring op tal van plaatsen, onder meer te Neerpelt, te ver van de werkelijke grens staat, waardoor het tussenliggende niemandsland veel te groot is. Niet alleen is dat gebied moeilijker te bewaken, er is ook alle ruimte voor smokkelaars, spionnen en andere trafikanten om ongezien te blijven.

Op 6 juni 1916 begint de bezetter de elektrische draad te verplaatsen in noordelijke richting, dichter bij de Nederlandse grens dus. De stad Hamont ligt daardoor voortaan aan de Belgische kant van de draad, en niet aan de Nederlandse kant. De werkzaamheden gebeuren door Belgische arbeiders onder Duits toezicht. Vijf frank per dag krijgen de arbeiders daarvoor. Op 14 augustus 1916 wordt de nieuwe versperring onder stroom gezet.

bronnen :
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
Prof. Dr. Alex Vanneste, de elektrische draadversperring aan de Belgisch-Nederlandse grens tijdens de eerste wereldoorlog, uitgave in eigen beheer

Dodendraad_Achel

 

slag om Mount Sorrel

Het Duitse leger zet op 2 juni 1916 een offensief in dat de geschiedenis ingaat als de slag om Mount Sorrel. Voor aanvang van de slag hebben de Duitsers de nabije Hill 60 reeds in handen. De strijd is fel, de Canadezen verdedigen zich moedig, maar ze kunnen niet beletten dat ook Hill 62 in Duitse handen valt op 6 juni. Minder dan een week later gaan de Canadezen in de tegenaanval en heroveren Hill 62 en de iets zuidelijker gelegen Mount Sorrel.

Beide zijden kennen zware verliezen, maar een belangrijk pluspunt voor de Canadezen van Mount Sorrel is de aanstelling van de Brit Julian Byng als nieuwe bevelhebber. Hij zal het wat ordeloze maar moedige Canadese leger omvormen tot een geduchte, moderne strijdkracht.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

MountSorrel1916

water voor het front

Een legerkamp met flink wat soldaten heeft nood aan een behoorlijke voorraad water. Onderpastoor Van Walleghem legt uit hoe dat gebeurt in Westouter.

Te Westouter heeft men op drie plaatsen de beken afgedamd die van de heuvels stromen. Zo heeft men grote waterreservoirs, soms wel met de oppervlakte van een gemeet (oude landmaat die varieert in grootte). Dat water leidt men dan door ijzeren buizen soms een half uur ver, maar op sommige plaatsen ook wel eens een uur ver. Daar wordt het water opgevangen in grote bakken, waar de waterkarren het komen halen. Eveneens daar zijn de drinkbakken voor de paarden. In veel plaatsen zijn ook waterputten gedolven, soms wel 12 meter diep. De boorden ervan zijn sterk bezet met hout.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
foto komt uit Daniël Vanacker, België in de grote oorlog, Roularta
Wie gedetailleerde informatie wilt over waterwinning in de oorlog, kan terecht op http://wereldoorlog1418.nl/drinkwaterzuivering/index.html

Drinkwater_1916.jpg