Onderluitenant Arthur Pasquier wordt zowaar lyrisch wanneer hij op 20 december 1914 in een kerktoren klimt.
Vooraleer ik Vinkem verlaat, klim ik er in de intacte kerktoren. Bij het luiden van de mis schenken de klokken me evenveel vreugde als in vervlogen vredestijd. Elke klepelslag veroorzaakt een complexe trillingssymfonie en via de galmgaten worden de klankakkoorden over het dorp uitgestrooid. Ik overschouw de me zo vertrouwde Vlaamse vlakte. Hier is het vreedzaam en rustig, wat verder naar het oosten heerst de hel.
Arthur Pasquier had als student uitmuntende resultaten en krijgt daarvoor in juli 1914 van zijn vader een echte motor. Bij het uitbreken van het krijgsrumoer begin augustus beslist hij die machine naar het leger mee te nemen, hij wordt koerier en kan de veldtocht vanuit zijn speciale opdracht op een heel eigen manier volgen.
bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

