L’Océan ontvangt de eerste gewonden in De Panne

In het Rode Kruishospitaal L’Océan aan de Nieuwpoortlaan in De Panne arriveren de eerste gewonden op 21 december 1914. Een dertigtal dokters en zowat tweehonderd leden verplegend personeel staan klaar om hen te verzorgen. De meerderheid van de verpleegsters zijn van Britse oorsprong. Zij zijn gewend aan de militaire tucht in oorlogshospitalen, in tegenstelling tot hun lokale collega’s. De hier beoefende geneeskunde is van een hoog niveau en tal van landen sturen dan ook personeel om de hier toegepaste technieken onder de knie te krijgen.

hotel l'Océan voor de oorlog

hotel l’Océan voor de oorlog

AntoineDepageL’Océan was in feite een hotel voor de oorlogsjaren. Het is op vraag van dokter Antoine Depage gesteund door koningin Elisabeth dat het hotel werd omgebouwd tot een fronthospitaal.Dokter Depage had al ervaring opgedaan tijdens de balkanoorlog van 1912. Door deze ervaring kiest hij er in 1914 voor om een hospitaal te openen vlakbij de frontlijnen. Hij is ervan overtuigd dat de korte afstand tussen het front en het hospitaal mensenlevens zou redden. De capaciteit van het hospitaal gaat van 200 naar 1200 bedden en in noodgevallen worden tot 2000 bedden voorzien. L’Océan blijft actief tot 15 oktober 1919. Daarna wordt het opnieuw een hotel. In 1961 wordt het gebouw afgebroken.

Dokter Antoine Depage sterft in 1925 op 63-jarige leeftijd.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://www.depanne.be/product/1403/32-rode-kruishospitaal-locean

https://sites.google.com/site/debliedemaker/geschiedenis-1/rode-kruis-hospitaal-l-ocean

video is beschikbaar op http://www.europeana1914-1918.eu/fr/europeana/record/08623/13064?edmvideo=true&iframe=true&width=657&height=510

Arthur Pasquier overschouwt de Vlaamse velden vanuit de kerk van Vinkem

de kerk van Vinkem bij Veurne

de kerk van Vinkem bij Veurne

Onderluitenant Arthur Pasquier wordt zowaar lyrisch wanneer hij op 20 december 1914 in een kerktoren klimt.

Vooraleer ik Vinkem verlaat, klim ik er in de intacte kerktoren. Bij het luiden van de mis schenken de klokken me evenveel vreugde als in vervlogen vredestijd. Elke klepelslag veroorzaakt een complexe trillingssymfonie en via de galmgaten worden de klankakkoorden over het dorp uitgestrooid. Ik overschouw de me zo vertrouwde Vlaamse vlakte. Hier is het vreedzaam en rustig, wat verder naar het oosten heerst de hel.

Arthur Pasquier had als student uitmuntende resultaten en krijgt daarvoor in juli 1914 van zijn vader een echte motor. Bij het uitbreken van het krijgsrumoer begin augustus beslist hij die machine naar het leger mee te nemen, hij wordt koerier en kan de veldtocht vanuit zijn speciale opdracht op een heel eigen manier volgen.

Arthur Pasquier

Arthur Pasquier

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://www.wo1.be/nl/personen/pasquier-arthur

Raoul Snoeck maakt kennis met een nieuw Duits wapen

Onderluitenant Raoul Snoeck ontdekt aan de Ijzer dat het Duitse leger een nieuw wapen in de strijd gooit en zorgt voor een levendige beschrijving ervan. Hij noteert op 15 december 1914.

Verschijning van een nieuw Duits oorlogstuig, dat men “torpille” (torpedo) noemt : een verschrikkelijke ontploffing voorafgegaan door een geschuifel, een verblindende klaarte, een langdurige trilling en scherven in alle richtingen geslingerd. We zijn verbijsterd.

Het is een afgrijselijk oorlogstuig : het komt recht op je af als een pijl en opgepast… Het is verschrikkelijk ! Maar we zijn over niets meer verwonderd. ’s Nachts in de loopgraven zien we de klaarte van de zoeklichten zich beweeglijk in de hemel verplaatsen. Plat op de buik, het geweer dicht bij de hand, wachten we af.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, vertaald uit het Frans door André Gysel, Snoeck-Ducaju

Wie googelt op torpille en tranchée, komt uit bij diverse afbeeldingen. Bij sommige staan ook de termen artillerie de tranchée en crapouillot. Het voorwerp dat Raoul Snoeck beschrijft, lijkt nog het meeste op dat uit onderstaande afbeelding dat een Franse torpedo toont. De Duitsers spreken blijkbaar van Minenwerfer.

loopgraaftorpedo

loopgraaftorpedo

Georges Mardaga sneuvelt in Oud-Stuivekenskerke

Georges Mardaga

Georges Mardaga

In Oud-Stuivekenskerke sneuvelt op 14 december 1914 Georges Mardaga, een 23-jarige universiteitsstudent en vrijwilliger die korporaal is bij “les Spéciaux”. Zijn laatste opdracht bestaat erin de Reigersvliet te controleren, die vlakbij stroomt.

Zijn collega’s begraven hem bij de toren van Oud-Stuivekenskerke, maar de voortdurende beschietingen leiden ertoe dat het terrein totaal omgewoeld wordt zodat er na de oorlog niets meer terug te vinden is van zijn graf. Les Spéciaux is een aparte compagnie van het Belgisch leger waarin vrijwilligers voor gevaarlijke opdrachten ondergebracht zijn.

Toeristische tip : een herdenkingsplaat op de ruïne van de toren (Oud-Stuivekens, Stuivekenskerke) herinnert aan de dood van Georges Mardaga.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://www.bel-memorial.org/cities/west-vlaanderen/kaaskerke/oud-stuivekenskerke_gedenkplaat_MARDAGA_Georges.htm

http://www.bel-memorial.org/photos/MARDAGA_Georges_20381.htm

André Robert sneuvelt in Pilkem

De oorlogskalender 2014-2018 van het Davidsfonds vermeldt op 13 december 2014 het volgende over 100 jaar geleden : “André Robert, een 34-jarige Franse militair sneuvelt vandaag in de buurt van Pilkem. Toeristische tip :in de muur van de Sint-Michielskerk van Bozinge (Katspel) is een gedenkplaat ingemetseld voor zijn nagedachtenis. Hoewel de toenmalige geestelijkheid dergelijk inmetselen van gedenkplaten niet aanmoedigde, waren er toch drie Franse families die daarin slaagden, onder andere die van André Robert.

Meer vermeldt de oorlogskalender niet over André Robert. Via Google stuit ik op een aantal webpagina’s die wat meer informatie geven. Op lewage.be staat er vermeld dat André Robert in Reims is geboren op 30 september 1880 en gestorven in Langemark op 13 december 1914. Hij is gehuwd op 27 november 1912 in Parijs met Marie-Madeleine Lafosse. Uit dit huwelijk is een zoon geboren Jacques Robert op 20 april 1914. Hij zal ook niet oud worden want sterft op 16 mei 1940. Zijn vader én zoon omgekomen door het oorlogsgeweld ?

Ik vind evenmin iets terug over zijn regiment. Maar op 87dit.canalblog.com staat er het Franse 73 Regiment d’Infantérie Territoriale vermeld met als actieterrein “Guingamp, Le Havre, Les Flandres, Ypres, Saint-Julien, Boeringhe, Korteker-Cabaret, Pilkem.” En met Pilkem is de cirkel rond voor dit bericht. Het kan natuurlijk ook een ander regiment zijn. Maar gezien het 73e RIT zeker in Pilkem is geweest, plaats ik uit eerbetoon aan deze Fransen een foto van dit regiment van augustus 1914.

bronnen 

http://www.lewage.be/d0018/g0000518.html

http://87dit.canalblog.com/archives/2012/11/03/25247592.html

73e Regiment d'Infantérie Territoriale - augustus 1914

73e Regiment d’Infantérie Territoriale – augustus 1914

Raoul Snoeck van wacht tot rust in De Panne

Op 6 december 1914 noteert Raoul Snoeck in zijn dagboek :

Met zes man hou ik de wacht langs de weg naar Adinkerke. We hebben zojuist de laatste eer bewezen aan een dappere die gisteren in het hospitaal bezweek aan de gevolgen van zijn verwondingen.

Uit de brief van mijn ouders kan ik afleiden dat ze mijn correspondentie slecht ontvangen. Ik schrijf hen nochtans regelmatig, tweemaal per week. Ik heb niet veel geld meer, maar zal me wel uit de slag trekken. Aan de Ijzer is Fernand Batta aan de kuit gewond geraakt, een worden die ik hem benijd. Over Freddy Lecluse, die ernstige hoofdwonden opliep in het gevecht aan de Ijzer, is er nog geen verder nieuws. Robert de Bethune is wegens verwondingen uit het leger ontslagen.

De koude begint toe te slaan, maar tot nu toe heeft ze me nog niet te veel doen afzien. In mijn plunjezak steekt nog een flanellen hemd dat ik van moeder kreeg in Stalhille, alsook een onderbroek en een wollen trui. Ik heb geen kousen of handschoenen maar daarin zal de regering voorzien. Het nieuws is schaars want er zijn geen grote gevechten aan het front. Alle inspanningen concentreren zich nu aan Russische zijde. Van die kant komt voor ons het succes of de nederlaag.

We kregen twaalf dagen rust in De Panne, waar we ondertussen de duinen bewaakten. ‘Rust’ noemen we de etmalen die we niet aan het front doorbrengen. Was de oorlog niet uitgebroken, dan zou ik over negen dagen mijn militaire dienst achter de rug hebben. Enfin, de afzwaai zal voor een andere keer zijn.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, vertaald uit het Frans door André Gysel, Snoeck-Ducaju

De Panne - weg naar Adinkerke

De Panne – weg naar Adinkerke – “repos Sainte Elisabeth” diende als hospitaal voor militairen onder de oorlog

Odon ontmoet zijn neef Cyriel tijdens de repos in Alveringem

Odon Van Pevenaege schrijft in zijn dagboek over de laatste dagen van november het volgende :

Na twee dagen zonder enige actie, gingen we de Fransen aflossen. Zij lagen juist voor Diksmuide. Het was het 93e Régiment Territorial dat mijn bataljon moest vervangen. Ze maakten de rechterkant van de sector uit. Er werd ons gezegd dat we 2 dagen tranchée en dan 4 dagen repos zouden hebben. Zo ging het ook. Na 2 dagen werden we afgelost door de karabiniers. Aangezien er 3 regimenten in een divisie zijn, hadden we 2 dagen tranchée en 4 dagen repos. Maar de mannen vroegen om 3 dagen tranchée en 6 dagen repos te doen. Onze generaal stemde daarmee in. Zo moesten we minder over en weer lopen. Mijn werk in de tranchée was erg gemakkelijk. Ik was délégué bij mijn pelotonchef. Die 2 dagen waren snel voorbij en we waren weinig gebombardeerd geweest.

Tijdens onze 4 dagen repos in Alveringem kregen we versterking van enkele oude soldaten die uit de forten van Antwerpen overgekomen waren naar Frankrijk. Bij die mannen bevond zich mijn neef Cyriel Van Pevenaege, maar omdat we elkaar al lang niet meer gezien hadden, herkende ik hem niet. Maar hij herkende mij wel. Zo waren die 4 dagen snel voorbij.

Cyriel Van Pevenaege (links op de foto)

Cyriel Van Pevenaege (links op de foto)

Cyriel Van Pevenaege was de neef van Odon. Tijdens hun jeugd hebben ze elkaar veel gezien, maar tijdens hun jeugdjaren minder. Zo komt het dat Odon Cyriel niet had herkend, maar andersom dus wel. Cyriel overleefde de oorlog, en het was hij die in 1918 het dagboek, de foto’s, de paternoster en het naamplaatje van Odon mee naar huis bracht.

bron : Odon, oorlogsdagboek van een Ijzerfrontsoldaat, door Ivan Adriaenssens, uitgeverij Lannoo.

Raoul Snoeck ziet de eerste sneeuw

Raoul Snoeck noteert het volgende in zijn dagboek.

20 november 1914 : De Ijzervallei is nog verder onder water gezet ten zuiden van Diksmuide. De Duitsers hebben zich volledig teruggetrokken op de rechteroever. Na een maand van onophoudelijke inspanningen zijn hun doorbraakpogingen volledig verijdeld. Het is barslecht weer. De sneeuw valt met grote vlokken.

22 november 1914 : Het vriest min vier tot min zeven. De kou hindert de krijgsverrichtingen. De Duitsers bestoken Ieper. Wat zal er overblijven van de architecturale schoonheid van ons land ?

24 november 1914 : Het houdt op met vriezen en herbegint met regenen. Velden en weiden worden ongeschikt voor militaire operaties. De situatie aan de Ijzer blijft onveranderd. Naar verluidt bombardeert de Engelse vloot furieus Zeebrugge om er de werven te vernietingen waar de Duitsers hun onderzeeërs klaarmaken.

Raoul Snoeck staat in het midden.

Raoul Snoeck staat in het midden.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, vertaald uit het Frans door André Gysel, Snoeck-Ducaju

Odon gaat na zijn rustperiode terug naar de eerste linie

Odon Van Pevenaege noteert op 15 november 1914 een aantal gebeurtenissen die duidelijk over een aantal dagen gespreid zijn. (bron : “Odon – oorlogsdagboek van een Ijzerfrontsoldaat”, Ivan Adriaenssens, uitgeverij Lannoo)

Na die twee weken (rust) keerden we terug naar Fortem. Hier verbleef onze compagnie vlak bij de kerk van Oeren. De hele nacht regende het zonder ophouden. ’s Anderendaags gingen we verder in de richting van Lampernisse. We werden ernaartoe geleid langs kleine binnenwegen. Toen we in deze parochie arriveerden, kregen we repos in een stuk bietenveld, tot verdere orders zouden volgen. Het weer was niet goed en er dreigde voortdurend regen. Rond 16u kwam dan het bevel om voorwaarts te gaan. We gingen weer in de richting van Oostkerke. Achter het dorpsplein gekomen volgden we de spoorweg naar Diksmuide. Zo gingen we tot aan het gehucht Oude Bareel, baan Diksmuide-Oudekapelle en Diksmuide-Pervijze, dat wil zeggen de Drijstraat. Hier gekomen nam mijn bataljon de weg van Oudekapelle en na enkele honderden meters draaidenb we het veld in, richting Diksmuide. Het was een aardeweg, die ons door het vlakke land leidde. Het was er zo vuil dat er veel makkers hun schoenen verloren. Ik moest mijn geweer gebruiken als wandelstok. Desondanks viel ik in een gracht vol water. Het weer was ook al niet goed. Men zei dat we hier maar tweehonderd meter van de eerste linie waren en dat we ons tijdens de dag moesten schuilhouden. Als de vijand ons zag, zouden ze beginnen bombarderen. (…)
Na te hebben gegeten deed ik mijn natte schoenen uit om van sokken te veranderen en zonder veel gerucht te maken vertelden we elkaar onze belevenissen. Het duurde niet lang voor we sliepen. Toen ik ontwaakte, was het al licht. Ik ging door een kier van de deur loeren om het terrein te bekijken zonder zelf gezien te worden. De Fransen die op de eerste linie zaten, waren tranchees aan het graven.

Soldaten graven loopgraven - uit het boek "Odon"

Soldaten graven loopgraven – uit het boek “Odon”

De onbekende zoeaaf aan de Drie Grachten

In de voorafgaande dagen bestookten Duitse en Franse troepen elkaar in de buurt van Drie Grachten (Merken – Houthulst). Aanvallen volgende elkaar op. De Fransen bezetten de voorpost Drie Grachten op de weg Noordschote – Luingne. In de loop van de nacht van 11 november op 12 november 1914 doen de Duitsers een nieuwe tegenaanval, waarbij ze enkele gevangen genomen zoeaven voor zich uit duwen om met deze list de Franse voorpost in te nemen. Een van de onder schot gehouden zoeaven ziet het gevaar van de situatie en roept naar zijn landgenoten “Tirez donc au nom de Dieu,, ce sont des Boches ” (Schiet in godsnaam, het zijn moffen.). De Fransen vuren en doden daarbij zowel de Duitsers als hun niet-geïdentificeerde strijdmakker.deuxieme_zouave_003

Tijdens het Lichtfront op 17 oktober 2014 werd er een brandende reus over de brug getrokken als eerbetoon aan de Franse zoeaaf die zijn leven gaf voor zijn strijdmakkers.

onbekende zoeaaf - Lichtfront 2014

onbekende zoeaaf – Lichtfront 2014

bronnen