werken in de eerste linies

In het dagboek van Gaston Le Roy volgen rust en werk mekaar op.

29 september 1915
Op rust in Hoogstade, maar het regent zonder ophouden. Het land en de soldaten, alles en iedereen is mistroostig.

4 oktober 1915
Zes dagen later ben ik weer in de loopgraven. De weg, die me nu bekender voorkomt, schijnt korter te zijn. Bij aankomst ben ik niet eens vermoeid.

6 oktober 1915
Heel vroeg naar het werk. Tijdens de zes dagen in de loopgraven moeten we er ook twee van werken. We kuisen de stenen van de kerk van Nieuwkapelle, waarvan nog enkel vier afgebrokkelde muren en enkele pilaren rechtstaan. De stenen, die God weet hoe dikwijls, de zoete muziek van het Pax in terra gehoord hebben, zijn zwart verbrand en vergruisd door de haat van de mensen.

Een soldaat moet alles kunnen. Nu ben ik eens aardewerker en een andere keer zoals vandaag opperman bij de metselaars. Stenen kuisen of mortel maken, putten graven of zakjes verslepen.

bronnen

Gaston Le Roy, dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo

de foto komt van http://www.europeana1914-1918.eu/nl/contributions/4672

Loopgraafwerken

verloren vliegtuig in Vosselare

Vosselare (Nevele) staat op 2 oktober 1915 in rep en roer want er is een vliegtuig geland op het pachtgoed Zevenbunder. De piloot vraagt om brandstof om zijn toestel in brand te steken, maar te laat, de Duitsers zijn er al. De inzittenden, een Engelsman en een Fransman, moeten hun wapens afgeven en vertrekken tussen de Duitse soldaten naar Nevele. De Engelsman snikt en schreit als een kind omwille van de mislukte missie. De dorpsbewoners staan met tranen in de ogen in hun deuropening.

Inmiddels overschildert een Duits soldaat het vliegtuig in de kleuren van zijn land. De Duitse luchtmacht beschikt weer over een toestel extra.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

De tekening hieronder komt uit de stripreeks Edelweiss van Yann en Hugault.

Edelweiss01_02

Sylvain Ryckeboer sterft in Hoogstade

Sylvain Ryckeboer

Sylvain Ryckeboer

Sylvain Ryckeboer, soldaat bij de Grenadiers, sterft op 29 september 1915  in hospitaal De Clep in Hoogstade aan de verwondingen die hij twee dagen geleden opliep. De jongeman raakte toen levensgevaarlijk gewond door een kogel in de rug, waarschijnlijk afgevuurd door een Duitse scherpschutter op de Minoterie (de Bloemmolens). Vanaf die plek hebben de Duitsers een uitstekend zicht op de Belgische loopgraven, slechts enkele tientallen meters verder op de andere oever van de Ijzer.

Kort na het begin van de oorlog werd Sylvain, een landbouwerszoon geboren in 1894 in Leisele, opgeroepen voor de legerdienst. Omwille van zijn lengte werd hij ingedeeld bij de Grenadiers (minimaal 1,80 meter).

De kogel in de rug moet vreselijk pijnlijk zijn geweest. Zijn familie vertelt achteraf dat zijn tanden in de houten operatietafel gedrukt stonden.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://www.cove.be/archief/projectgesned/ryckeboer.html

Gedonder boven Veurne

De inwoners van Veurne en omstreken horen op 19 september 1915 een nieuw geluid (uit het dagboek van Jozef Gesquière)

Bij het geschut op het front, dat sedert dinsdag niet heeft opgehouden, heeft zich deze morgen een ander geluid gevoegd, namelijk het bulderen van een Engels kanon op zee.

Ongeveer elke 10 minuten galmen twee korte ontploffingen, gelijkend op de ontploffingen die wij van het Duitse kanon horen wanneer het op de stad schoet. De eerste schrik is gauw voorbij want weldra stellen we vast dat het geknal van achter ons uit de richting van De Panne komt en het daarop volgende geratel in het oosten verdwijnt. Geen nood dus voor ons.

Ver in het noordwesten over De Panne rijst een waarnemingsballon boven de streek vanwaar het geschut komt. Wellicht een Engelse die vanuit de hoogte het geschut regelt.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Onderstaande foto is een kanon zoals het op de Britse zeeschepen vanaf 1915 werd gebruikt.

HMS Terror 15 inch gun

HMS Terror 15 inch gun

Raoul Snoeck krijgt een gevaarlijke opdracht

Raoul Snoeck noteert in zijn dagboek op 30 augustus 1915 het volgende :

Een gevaarlijke opdracht vanmorgen : de commandant vraagt een vrijwilliger om op verkenning te gaan en prikkeldraad te plaatsen zo’n zestig meter voor onze voorpost : ik bied me aan, voer mijn opdracht uit en kom terug. Het is verschrikkelijk heet en weldra breekt een onweer los : donderslagen wisselen af met artilleriegebulder. De lucht knettert van elektriciteit en wordt doorkliefd door obussen en bliksems. ’s Avonds ben ik van wacht in dezelfde voorpost. Omstreeks acht uur vertrek ik op mijn eentje om het werk van ’s morgens te controleren. Ik ben nog geen tien meter ver of ik word verrast door een Duits zoeklicht. Een ogenblik verward in de prikkeldraad kan ik me niet meteen uit de voeten maken. De Duitsers nemen me onder vuur en ik krijg een kogel door mijn rechterdij. Uiteindelijke slaag ik er in me te bevrijden. Ik hink naar de dichtsbijzinde dokter om me te laten verzorgen. Daarna wil ik terug naar mijn post. Het is niet het moment om kleinzerig te zijn. Ik hoor in mijn luisterpost te zijn, maar de dokter verbiedt het me streng. Een wagen brengt me naar De Linde, waar men de wonde opnieuw verbindt.

Dit feit bezorgde de dappere Raoul Snoeck een welverdiende vermelding.

bronnen

Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon

De tekening is overgenomen uit een website gewijd aan de kunst van de Groote Oorlog : http://www.dessins1418.fr/wordpress/portfolio/leon-broquet-les-guetteurs/

Les Guetteurs - Leon Broquet

Les Guetteurs – Leon Broquet

Nieuwe uniformen voor de Belgen

Raoul Snoeck noteert in zijn dagboek op 28 augustus 1915 te Pollinkhove het volgende :

Nieuwe uniformen. Chic ! Ze werden zoveel mogelijk vereenvoudigd. De biesjes zijn sober gehouden, wat de voorstanders van de vederbos misschien zal bedroeven. Maar de tijd van de parade is voorbij. Het voeren van een bollenoorlog verplicht de moderne soldaten zich te kleden in uniformen met camouflagekleuren. Veel officieren werden in het begin van de oorlog neergeschoten, omdat ze gemakkelijk herkenbaar waren. Natuurlijk mikt de vijand eerst op hen. Zoals de Engelsen zijn we allen in kaki, wel oversten als soldaten. Het uniformtype verschilt naargelang wapen en rang. De pet lijkt ons het eigenaardigst, maar ze is toch veel eleganter en praktischer dan ons vroeger hoofddeksel, en ze beschut ons tegen zon, wind en regen.

bronnen : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door Andre Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon

De tekening hieronder komt uit Ivan Petrus Adriaenssens, Afspraak in Nieuwpoort, Lannoo

RaoulSnoeck19150828

Raoul Snoeck raakt gewond bij Drie Grachten

Raoul Snoeck noteert het volgende in zijn dagboek :

17 augustus 1915 : Ik raak gewond op verkenningstocht nabij Drie Grachten. Een kogel heeft de huidplooi van mijn knie doorboord, een centimeter meer naar links en het gewricht was verbrijzeld. Men brengt me naar de eerstehulppost.

20 augustus 1915 (divisie-eerstehulppost De Linde) : In de eerstehulppost hebben we op een gelegenheidspodium een klein feestje gebouwd. Iedereen doet zijn best om de zieken wat afleiding te bezorgen. Dokter Philippart zorg voor een heel origineel programma op autografisch papier. Als zoon, kleinzoon, achterkleinzoon, achterachterkleinzoon uit een drukkersgeslacht ben ik daarmee vertrouwd. Ik heb ook deelgenomen, liedjes gezongen zoals “langs de overs van de Ijzer” en “een drama in Falaise” en zelfs eem monoloog voorgedragen :”de teen van St-Guignolet”. Gelukkige heilige ! Bij hem hebben de Duitsers geen kogel door de knie gejaagd ! We genoten van enkele aangename uren.

23 augustus 1915 : Ik ben al enkele dagen niet meer aan het front en moet nog in de eerstehulppost blijven, omdat mijn wonde nog niet volledig genezen is. Maar ik verveel me stierlijk. Ik ben beslist niet geboren om ziek te zijn, verstoppertje spelen is niet mijn stijl. Aangezien ik geen breuken heb, is het niet nodig hier nog langer te beschimmelen. Ik wens terug te keren naar mijn compagnie. Dokter Philippart van ons bataljon vraagt me of ik gek word. Toch doe ik mijn zin.

bron : Raoul Snoeck, In de modderbrij van de Ijzervallei, Snoeck-Ducaju & Zoon

wachten op hulp

wachten op hulp

Bovenstaande foto komt uit het boek Van Daniel Vanacker, Belgie in de grote oorlog, Roularta

Onder de titel “wachten op hulp” lezen we de volgende tekst :

Soldaten houden een zwaargewonde kameraad gezelschap tot de brancardiers hem komen verzorgen en wegbrengen. Zo’n situatie beschreef Jan Gom Gheuens in zijn roman De miskenden :

Wij leggen de zwaarst gewonde, Smets Louis, op de kapotjas van Dupon en snijden al zijn kleren open. Zijn borst- en buikwonden zijn dodelijk. Zijn ogen zijn al gebroken:

  • Gelooft ge dat ik kan genezen ? vraagt hij ons.
  • Waarom niet, Louis ? Uw wonden zijn wat pijnlijk maar niet gevaarlijk ! liegen wij.
  • Nu zult gij niet meer naar het front moeten, Louis.

Louis loost een pijnlijke wacht. Zijn lichaam zakt tegen mijn borst, terwijl ik de wonden reinig. Lievens ondersteunt hem met een ransel. Hij laat uitgeput zijn hoofd achterover zinken en stamelt:”Geef mij wat te drinken!… Ik heb dorst.”.

Gaston Le Roy komt toe aan het Ijzerfront

Na maanden van militaire training in Normandië komt Gaston Le Roy eindelijk toe aan het front. In zijn dagboek beschrijft hij zijn vertrek uit Frankrijk als volgt.

15 augustus 1915 : Gelukkige dag. Met 150 man trekken we naar het front. Gelaarsd en gespoord begeven we ons om 3 uur in de morgen naar het station, toegejuicht door enkele burgers die zich op dit uur verwaardigen ons vertrek bij te wonen. Om 4 uur, na een laatste vaarwel aan de drie vrienden en de oversten die blijven en ons “goede moed” en “veel geluk” toewensen, komt de trein in beweging.

Een beschrijving van die dag zou bladzijden vergen. We reizen door vreemde streken, zien veel en maken veel plezier. Foligny, Coutances, Belvoil, Saint-Lô, Bayeux, Lisieux, Caen, Rouen, allemaal namen die ik me nog herinner. In Rouen stoppen we om te middagmalen. De wagons worden met allerlei groen versierd. We zingen, roepen en juichen als kinderen. ’s Avonds zijn we hees. (…)

16 augustus 1915 : Het is vroeger klaar dan ik heb verwacht. De trein stoomt maar verder. Tegen de middag komen we in Calais aan en worden er verder bevoorraad. We rijden Duinkerke voorbij tot in Adinkerke. Eindelijk zijn we terug op eigen bodem. Nog een lange mars en we bereiken houten barakken, waar we de nacht zullen doorbrengen. (…) Jammer dat wij “Bréhalais” (Gaston Le Roy had zijn training in Bréhal gekregen samen met zijn kameraden). niet bijeen mogen blijven. Wij worden over verschillende regimenten verdeeld.

17 augustus 1915 : Ik ben dus bij het 7e linieregiment van de 2e legerafdeling, 4e compagnie, 2e peloton, 2e sectie. Ze wachten er niet mee om ons op de proef te stellen. Vanavond trekken we naar de vuurlinie. We zijn natuurlijk erg nieuwsgierig. Traag gaat de dag voorbij.

Om 18u30 trekken we op, beladen met een zware rugzak. Drie uur hebben we nodig om bij de frontlijn te geraken. Het is pikdonker, dus onmogelijk ons voor te stellen hoe het eruit ziet. Heel stil. We kruipen in een soort kamertje, wat ze een abri noemen. Ik verneem dat het heel kalm is. We hoeven geen schot te lossen en bevinden ons op 2 km van de vijand. Sector Lo.

bron : André Gysel, Gaston Le Roy – dagboek, Lannoo

Vertrek Belgische recruten richting front

Vertrek Belgische recruten richting front

Jacobus Winters wordt korporaal

Jacobus Winters

Jacobus Winters

Jacobus Winters uit Grote Brogel krijgt op 22 juli 1915 zijn bevordering tot korporaal. Niet zonder reden, want overloop even het rijtje van plaatsen waar hij gedurende de voorbije oorlogsmaanden aan de slag was : Luik, Haacht, Mechelen, Tisselt, Lokeren, Diksmuide, Stuivekenskerke, Oud-Stuivekenskerke en Pervijze.

Af en toe schrijft Jacobus Winters wat in zijn dagboek. Vandaag is zijn boodschap heel kort :”Ik ben korporaal benoemd.”. Vier maanden later wordt Jacobus Winters benoemd tot sergeant. Snel na elkaar volgend dan ook nog bevorderingen tot adjudant en onderluitenant.

Wie de dagboeken van Jacobus Winters wil lezen, kan daarvoor terecht op volgende websites :

HTML pagina’s : http://users.telenet.be/frontsoldaat/index.html

PDF document : http://www.geraaktdoordeoorlog.eu/wp-content/uploads/2014/07/JacobusWinters.pdf

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://www.wo1.be/nl/personen/winters-jacobus

Dood aan de draad in Knokke

De elektrische draad die de grens met Nederland afsluit, loopt in Knokke zelfs door de duinen. De Duitsers willen iedere vorm van grensverkeer uitsluiten. Toch zijn er altijd dapperen die zich niet laten stoppen door een versperring. En als je er al in slaagt om de grens te dwarsen, dan is het uitkijken voor Duitse militairen.

Leander Waeghe (24 jaar) brengt onder meer brieven over de grens naar Sluis. Wanneer hij samen met een paar vrienden terugkeert over de Hazegraspolderdijk (achter het Zwin), merkt een Duitse patrouille hen op en opent het vuur. Zijn twee medestanders kunnen vluchten, maar Leander is dodelijk geraakt. Over de precieze datum van dit droeve gebeuren verschillen de bronnen ietwat, maar de oorlogskalender van het Davidsfonds plaatst dit op 21 juli 1915.

Naar verluidt veroorzaakt zijn uitvaartdienst in de Sint-Margaretakerk een massale volkstoeloop. Bij wijze van waarschuwing verspreidt de Duitse overheid foto’s van de dode Leander.

Leander Waeghe omringd door Duitse soldaten

Leander Waeghe omringd door Duitse soldaten

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://www.fotoshootwo100.com/article.php?id=175

http://www.zwinstreek.eu/zs/index.php?option=com_content&view=article&id=113:militaire-geschiedenis-6&catid=27:theerens&Itemid=3