Als Gustav Stresemann het ambt van rijkskanselier opneemt op 13 augustus 1923, is een dollar 4,5 miljoen Mark waard. Zes weken later is een dollar al 130 miljoen Mark waard. De prijs voor levensmiddelen stijgt in dezelfde periode navenant. De prijs van een roggebrood is gestegen van 32.000 naar 3,7 miljoen Mark. De aardappelprijs gaat van 50.000 naar 1,2 miljoen, rundvlees van 1,1 naar 76 miljoen en boter van 2,4 naar 168 miljoen Mark.
De Reichsbank moet naar aanleiding van de ongehoorde prijsstijgingen ook nieuwe geldbiljetten in omloop brengen. Er zijn al bankbiljetten van 50, 100 en 500 miljoen Mark. Het uiterlijk van die biljetten wordt hoe langer hoe eenvoudiger waarbij men slechts aan één zijde de biljetten bedrukt. Maar dat is niet voldoende. Er zijn billjetten van 1 miljard Mark in omloop gebracht. In feite gaat het hier om oude biljetten van 1000 Mark waaraan men een opschrift in rode letters heeft toegevoegd : “Eine Milliarde Mark”.
bron : Frank Stocker, Die Inflation von 1923, FBV
