Over de Maas in Maaseik

Bij de brug over de Maas in Maaseik onderhandelen Duitse officieren op 13 november 1918 urenlang met Nederlandse militairen over een doortocht van hun vermoeide, verslagen manschappen over Nederlands grondgebied.

De Duitse troepen moeten hun wapens achterlaten bij de Nederlandse grens. Dan mogen ze verder trekken, te voet en met alle mogelijke voertuigen, tot handkarretjes toe. Meerdere dagen trekken talloze Duitse militairen over de brug richting heimat. Volgens een telling waren er zowat honderdduizend als de laatste de Maasbrug oversteekt op 23 november 1918. De bergen wapens die ze achterlaten, zijn huizenhoog, onoverzichtelijk.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Maaseik_Maasbrug_191811

de brug van Nederename

Tijdens de geallieerde opmars rukt de 37e divisie van het Amerikaanse expeditieleger op van Olsene naar Kruishoutem en dan verder naar Heurne en Eine. Vervolgens steekt het 148e regiment van de Buckeye divisie daar de Schelde over naar Nederename.

Op die plek was er eerder een metalen brug, maar de geallieerden hadden die opgeblazen in 1914 om de Duitse opmars te vertragen. De Duitsers bouwden dan een houten noodbrug, maar verwoestten die op hun beurt in oktober 1918 om de geallieerde opmars te hinderen.

Ter nagedachtenis van de slag aan de Schelde schenkt de Amerikaanse staat Ohio, vanwaar veel militairen van de 37e divisie afkomstig waren, een brug over de Schelde tussen Eine en Nederename. Op de uiteinden van de brug staan vier Amerikaanse bizons. In mei 1940 blaast de Britse genie de brug op, maar in 1954 wordt ze vervangen door een nieuw exemplaar, bizons inbegrepen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Eine_Brug_1918_1930