de laatste dag in uniform

Zoals hij al schreef op 4 december heeft Herbert Sulzbach het moeilijk om afscheid te nemen van het leger. Op 8 december 1918 draagt hij voor het laatst zijn uniform.
“Vandaag maak ik voor de laatste keer in uniform een wandeling, om mijn ontslag uit het leger te melden bij het Bezirkscommando. Ik heb het gevoel dat ik op weg ben naar mijn eigen begrafenis.”

Toch is dit niet de allerlaatste oorlogsactiviteit voor Herbert Sulzbach. In 1938 moet de voormalige vrijwilliger en oud-officier uitwijken naar Groot-Brittannië. Voor mensen van joodse afstamming is er geen plaats meer in het nieuwe Duitsland. Hij gaat er in het Britse leger werken, onder meer bij de heropvoeding van krijgsgevangenen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, davidsfonds

Herbert Sulzbach in 1938

Duitse vloot in Scapa Flow

In uitvoering van de bepalingen van de wapenstilstand van 11 november 1918 gaat de Duitse Hochseeflotte op 21 november 1918 voor anker in de Britse marinehaven van Scapa Flow, op de Orkney eilanden. De oorlogsvloot omvat onder meer 11 slagschepen, 8 kruisers en 48 torpedojagers.

Op 21 juni 1919 liggen de schepen nog steeds in Scapa Flow, maar dan geeft de Duitse bevelhebber admiraal Ludwig von Reuter het bevel om de eigen schepen tot zinken te brengen om te beletten dat ze in Britse handen vallen. Hij reageert daarmee wellicht op de bepalingen in de vrede van Versailles die een week later ondertekend wordt en waarin de overdracht van de Hochseeflotte voorzien is. 

Van de 74 Duitse schepen zinken er 54. Daarbij komen negen Duitse bemanningsleden om het leven : de laatste slachtoffers van de vreselijke eerste wereldoorlog.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Onderstaande schilderij toont de HMS Cardiff die de Duitse schepen naar Scapa Flow begeleidt. Ik heb niet kunnen terugvinden van wie dit schilderij is. 

BHC0670: HMS ‘Cardiff ‘ leading the German High Seas Fleet to surrender in the Firth of Forth, 21 November 1918



de krachttoer van William Barker

Canada’s meest legendarische gevechtspiloot, William Barker, haalt op 27 oktober 1918 zijn bijzonderste krachttoer uit. Deze vlucht is zijn laatste voor hij aan het hoofd komt van de opleiding voor jachtpiloten.

na een patrouille boven het bos van Momal (noord-Frankrijk) klimt William Barker met zijn Snipe naar grotere hoogte, dit in tegenstelling tot het bevel om terug te keren naar de basis. Op 6400 meter hoogte ziet hij een Duitse tweezitter en hij doodt de waarnemer, terwijl de piloot ontkomt met zijn parachute.

Een andere Duitse Fokker jaagt Barker op en hij wordt getroffen in de rechterdij. Tijdelijk verliest hij het bewustzijn. Wanneer hij opnieuw helder is, vliegt hij midden in een formatie van Duitse toestellen, die hem van alle kanten aanvallen. Barker krijgt een schot on de linkerdij, maar slaagt erin om twee Duitse vliegtuigen te doen neerstorten. Zwaargewond bereikt hij Groot-Brittannië waar hij crasht bij de landing.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

WilliamBarker_19181027

een medaille voor Herbert Patey

Een vermelding in The London Gazette is een hele eer. In oorlogstijd betekent het dat je een militaire onderscheiding krijgt. Op 21 september 1918 duikt Herbert Pateay op in die publicatie omdat hij het Distinguished Flying Cross krijgt. Jammer genoeg is hij krijgsgevangen en kan hij zijn ereteken niet ophalen.

Herbert Patey heeft een ongewone militaire carrière. Bij het begin van de oorlog treedt hij in dienst van de Royal Naval Division en vecht mee in Egypte en Gallipoli. In november 1915, wanneer hij, gehandicapt, terug in Groot-Brittannië is, ontdekken de autoriteiten dat hij te jong is voor het leger en ze ontslaan hem.

In april 1917 treedt hij weer in dienst, bij de Royal Naval Air Service, en wordt piloot. Tussen 17 mei en 3 september 1918 behaalt hij elf luchtoverwinningen. Op 5 september 1918 wordt hij neergeschoten en wordt krijgsgevangene. Met kerstmis 1918 is hij weer thuis. Twee maanden later sterft hij aan een dubbele longontsteking.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

HerbertPatey_1918

Herbert Patey 

 

Britten verliezen een luchtschip

Het Britse leger verliest op 16 augustus 1918 een luchtschip van het type 23-X, een Britse versie van de zeppelin waarvan er slechts 2 gebouwd zijn, de R27 en de R29. Het eerste toestel ligt in een hangar in Howden waar het druk gebruikt wordt om bemanningsleden te trainen. In de loop van de dag wil de radiotelegrafist zijn zendtoestel uittesten waarbij nogal wat vinken vrijkomen. Niemand vertelde de brave man dat er in de nabijheid een vluchtige brandstof gemorst was : het luchtschip brandt volledig uit.

Iedereen kent de Duitse zeppelins maar in de geschiedschrijving is er weinig aandacht voor de Britse equivalenten daarvan. Wellicht omdat die ingezet worden om de eigen kusten en konvooien te verdedigen en duikboten te bestrijden. Bovendien lopen de Britse luchtschepen technologisch twee tot drie jaar achter op de Duitse.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Cooper, Alfred Egerton, 1883-1974; Airship 23

 

laatste zeppelinaanval op Londen

Door de opkomst van nieuwe en beter bewapende vliegtuigtypes en door de verbeterde grondafweer vermindert de militaire slagkrach van de zeppelins. In de nacht van 4 op 5 augustus 1918 doen de Duitsers een nieuwe poging om Londen te bombarderen vanuit een zeppelin. Het wordt de laatste.  

Van de vijf toestellen die op weg zijn naar Londen onder bevel van Peter Strasser, wordt het eerste boven de Noordzee uit de lucht gehaald door twee toestellen van de RAF. Op nauwelijks een minuut is het luchtschip volledig door vuur verteerd. Niemand van de 23 bemanningsleden overleeft de aanval. De overige vier schepen ontdoen zich boven de zee van hun bommen en maken rechtsomkeer.  

Tijdens de oorlog ondernamen zeppelins 26 raids op Londen. Negen daarvan raakten er ook werkelijk. Op de grond lieten 567 mensen het leven tijdens die bombardementen, terwijl er 1358 gewonden vielen. 

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

Onderstaande schilderij is van William Lewis, getiteld “death of Peter Strasser”.

 WilliamLewis_DeathofPeterStrasser_1918

de grote ontsnapping uit Holzminden

In Holzminden openden de Duitsers een kazerne in september 1917 als krijgsgevangenenkamp. Hier zitten voornamelijk Britse officieren gevangen. Daarnaast zijn er ook gewone soldaten gevangen, die als ordonnans zijn toegewezen aan de officieren en die instaan voor de dagelijkse karweien.

In de nacht van 23 op 24 juli 1918 ontsnappen 29 Britse officieren uit dit krijgsgevangenenkamp door een tunnel. Tien van hen zullen Groot-Brittannië bereiken. Deze ontsnapping kent het grootste aantal ontsnapte krijgsgevangenen tijdens de eerste wereldoorlog.

Het uitgraven van de tunnel duurde negen maanden. De ingang van de tunnel was verborgen onder een trap in de kwartieren van de gewone soldaten. In de nacht van de ontsnapping zijn er 86 officieren aangeduid om te ontsnappen door de tunnel. Maar de dertigste officier geraakt vast in de tunnel en dus moet de ontsnapping van de rest worden afgeblazen. Van de 29 die al eerder ontsnapt zijn, geraken er tien in het neutrale Nederland en zo naar Groot-Brittannië. Onder hen is er kolonel Charles Rathborne, die dankzij zijn goede kennis van het Duits van de trein gebruik kan maken en in Nederland staat na 5 dagen. De andere ontsnapten gaan te voet en hebben meestal 14 dagen nodig om terug thuis te geraken.

bron
https://en.wikipedia.org/wiki/Holzminden_prisoner-of-war_camp

Holzminden_Tunnel_1918

de tunnel van Holzminden