Hongerstaking in Mountjoy gevangenis

In april 1920 zijn de politieke partijen Dáil Éireann en Sinn Féin verboden door de Britse regering en de Schotse soldaten van de Black and Tans opnieuw ingezet in Ierland. Hiermee begint een nieuwe fase in de strijd voor de Ierse onafhankelijkheid. Op Paaszondag 4 april 1920 sticht de IRA brand in belastingkantoren en Britse kazerns in heel Ierland. Ook in de gevangenissen wordt de strijd opgevoerd en dat leidt tot spanning bij de gevangenen in Mountjoy gevangenis in Dublin.

De leider van de IRA gevangenen is Peadar Clancy van Cranny, County Clare, een veteraan van de opstand in 1916. De gevangenisdirectie krijgt te horen dat er een hongerstaking begint op paasmaandag 5 april 1920 , tenzij de gevangenen de status krijgen van krijgsgevangene of vrijgelaten worden.

Op 5 april wordt de volgende belofte gelezen door Peadar Clancy voorlezen aan het begin van de hongerstaking:
“Ik beloof mezelf aan de eer van Ierland en aan het leven van mijn kameraden om niets te eten of te drinken behalve water, totdat alle gevangenen behandeld worden als krijgsgevangenen of worden vrijgelaten.”

De menigte begint geleidelijk aan buiten de gevangenis te verzamelen. Het Britse leger wordt ingezet rond de gevangenismuren met machinegeweren, tanks en prikkeldraad. Daartegen komt er protest en de de vakbondsleden in Dublin verlaten het werk en marcheren naar de gevangenis. Op 12 april 1920 kondigt het Ierse Vakbondscongres een Algemene Staking aan voor 13 april “als protest tegen de onmenselijke behandeling van politieke gevangenen en om hun onmiddellijke vrijlating te eisen”.

De burgemeester van Dublin Laurence O’Neill grijpt in, terwijl Sinn Féin en Labour leiders een bezoek brengen aan de gevangenis. Geschokt door de Algemene Staking die het land heeft verlamd, en onder enorme politieke druk, krijgt de Britse regering een uitweg. In een ontmoeting met O’Neill en de Britse Lord French wordt afgesproken dat de artsen de uiteindelijke beslissing kunnen nemen – als het leven van een gevangene in gevaar is, kan hij worden vrijgelaten. 14 april 1920 is de laatste dag van de hongerstaking en op 15 april worden alle hongerstakers vrijgelaten en vervoerd in ambulances van Mountjoy naar het nabijgelegen Mater Ziekenhuis waar enorme menigten van mensen hen juichend opwachten.

bron : https://www.anphoblacht.com/contents/27784

de eerste minuut stilte

Op 11 november 1919 is het een jaar geleden dat de wapenstilstand een feit werd. Voor de allereerste keer gedenken de overwinnaars hun gevallen soldaten. Bij de Fransen wordt voor de eerste keer een minuut stilte gehouden ter nagedachtenis van de gesneuvelden. Sindsdien is die minuut stilte een traditie geworden.

Maar de oorlog is daarmee niet achter de rug. In het westen duurt de demobilisatie van de soldaten nog tot 1921. Maar het wapengekletter is er wel al gedaan. Dat is helemaal anders in het oosten van Europa en in het oude Ottomaanse rijk. Daar starten nieuwe conflicten die nog tot 1923 zullen duren. Een voorbeeld is Polen : het verdrag van Versailles regelt de westelijke grens van Polen met Duitsland. Maar het verdrag zegt niets over de oostelijke grens van Polen. En dus voeren de Polen oorlog met Oekraïne, Litouwen, Sovjet-Rusland.

De Grieks-Turkse oorlog (1919-1922) wordt gekenmerkt door wreedheden tegenover de burgerbevolking en eindigt tenslotte in een afgesproken volksverhuizing langs beide kanten om tot een homogene bevolking te komen. Een gelijkaardige oorlogsvoering zie je terug in Oekraïne waar men door middel van pogroms mensen met een andere achtergrond wil verjagen. Deze pogroms zijn de voorbode van wat later de genocide genoemd zal worden.

bronnen
https://www.francetvinfo.fr/replay-radio/l-ephemeride/11-novembre-1919-premiere-minute-de-silence_1768507.html

https://www.la-croix.com/Culture/11-novembre-1918-lente-sortie-guerre-2018-10-02-1200973074

de laatste vrouwelijke conducteurs

Tijdens de Groote Oorlog had Groot-Brittanië meer en meer manschappen nodig. En dus werden de werkplaatsen van de mannen die naar het front werden gestuurd, overgegeven aan de vrouwen.

In 1919 komen er hoe langer hoe meer mannen terug van het leger en het gevolg is dat de vrouwen hun werk moeten terug geven. Op de foto hieronder staan 2 vrouwelijks busconducteurs. Op 3 oktober 1919 waren alle vrouwelijke busconducteurs weer ontslagen en vervangen door mannen.

bron : Twitter account van 1919Live

het einde van de Duitse vloot

De wapenstilstand die de Duitsers in Compiègne hebben onderteken, verplicht hen hun vloot te ontwapenen en onder bewaking te stellen van de geallieerden. Vanaf 22 november 1918 ligt de Duitse vloot voor anker in Scapa Flow, de thuisbasis van de Britse marine. De bemanning is drastisch gereduceerd. Van de 20.000 bemanningsleden, blijven er nog 4.500 aan boord, onder het bevel van 250 officieren.

Op de vredesconferentie die in Parijs gehouden wordt, is het lot van de schepen voer voor discussie. Fransen en Italianen vinden dat een deel van de schepen hen toekomt. Dat is niet naar de zin van de Britten, omdat het hun hegemonie op zee zou verminderen.

In juni 1919 verplichten de Britten de Duitsers hun bemanning verder in te krimpen. Er blijven nog 1700 matrozen en officieren over. Op de ochtend van 21 juni 1919 vertrekken de meeste Britse oorlogsschepen voor manoeuvres op volle zee. Alleen 2 torpedojagers blijven achter om de Duitse schepen te bewaken. Om 11u20 seint de Duitse bevelhebber von Reuter de andere schepen :”Paragraaf 11. Bevestigen.”. Op alle Duitse schepen worden daarna de zeeventielen geopend en ook de deuren die de waterdichte schotten afsluiten. Ze worden allemaal onklaar gemaakt zodat ze niet opnieuw gesloten kunnen worden. Zodra de eerste schepen kort daarna slagzij beginnen te maken en de Duitse bemanningsleden hun schepen verlaten, beseffen de Britten wat er aan de hand is. De Britse schepen die ’s ochtends zijn uitgevaren, worden in allerijl teruggeroepen, maar het is te laat om in te grijpen. Om 12u16 verdwijnt de reusachtige Friedrich der Grosse als eerste in de golven. Even later volgen tal van andere schepen. In totaal zinken die namiddag 52 Duitse oorlogsschepen, waaronder vijftien van de zestien grote slagschepen en kruisers. De rest wordt door de Britten weggesleept of aan wal getrokken. Acht Duitse matrozen en een officier worden tijdens de actie neergeschoten, alle anderen brengen het er veilig vanaf. Zij belanden in een krijgsgevangenenkamp, van waaruit zij in januari 1920 weer naar Duitsland vertrekken.

Nog voor de tweede wereldoorlog worden enkele tientallen schepen opnieuw gelicht. Zeven rusten nog altijd op de zeebodem, waar zij een beschermd monument vormen en een geliefd doel voor diepzeeduikers.

bron : Mark de Geest, 14-18 in honderd dagen, Manteau

De schilderij hieronder is van Bernard Gribble.

Sociale onrust in Glasgow

Met het einde van de eerste Wereldoorlog worden er ook minder inspanningen gevraagd aan de industrie voor het aanmaken van wapens, munitie en dergelijke. Met de demobilisatie van de soldaten komen er zo heel wat werkkrachten vrij die niet direct een nieuwe baan krijgen. Daarom stelt een vakbond in Schotland voor om de 47-urenweek te vervangen door een 40-urenweek. De staking begint op maandag 27 januari 1919 met een Bijeenkomst van 3000 arbeiders in Glasgow. Op 30 januari 1919 sluiten zich daar 40.000 arbeiders bij aan van de Clyde Engineering and Shipbuilding Industries. De situatie wordt zo ernstig dat het oorlogskabinet in Londen erover vergadert.

Op 31 januari 1919 komen stakers samen op George Square om te wachten op het antwoord van Lord Provost of Glasgow op de petitie die de vakbonden hebben overhandigd. Om 12u20 beginnen er gevechten tussen de politie en de stakers. De gevechten gaan de rest van de dag door. De regering besluit tanks en soldaten naar Glasgow te sturen om de rust te doen weerkeren. Glasgow verandert de komende weken in een militair kamp maar de staking is daarmee over. Deze periode wordt ook wel de vergeten revolutie van Groot-Brittannië genoemd.

Bron :https://en.m.wikipedia.org/wiki/Battle_of_George_Square

de laatste dag in uniform

Zoals hij al schreef op 4 december heeft Herbert Sulzbach het moeilijk om afscheid te nemen van het leger. Op 8 december 1918 draagt hij voor het laatst zijn uniform.
“Vandaag maak ik voor de laatste keer in uniform een wandeling, om mijn ontslag uit het leger te melden bij het Bezirkscommando. Ik heb het gevoel dat ik op weg ben naar mijn eigen begrafenis.”

Toch is dit niet de allerlaatste oorlogsactiviteit voor Herbert Sulzbach. In 1938 moet de voormalige vrijwilliger en oud-officier uitwijken naar Groot-Brittannië. Voor mensen van joodse afstamming is er geen plaats meer in het nieuwe Duitsland. Hij gaat er in het Britse leger werken, onder meer bij de heropvoeding van krijgsgevangenen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, davidsfonds

Herbert Sulzbach in 1938

Duitse vloot in Scapa Flow

In uitvoering van de bepalingen van de wapenstilstand van 11 november 1918 gaat de Duitse Hochseeflotte op 21 november 1918 voor anker in de Britse marinehaven van Scapa Flow, op de Orkney eilanden. De oorlogsvloot omvat onder meer 11 slagschepen, 8 kruisers en 48 torpedojagers.

Op 21 juni 1919 liggen de schepen nog steeds in Scapa Flow, maar dan geeft de Duitse bevelhebber admiraal Ludwig von Reuter het bevel om de eigen schepen tot zinken te brengen om te beletten dat ze in Britse handen vallen. Hij reageert daarmee wellicht op de bepalingen in de vrede van Versailles die een week later ondertekend wordt en waarin de overdracht van de Hochseeflotte voorzien is. 

Van de 74 Duitse schepen zinken er 54. Daarbij komen negen Duitse bemanningsleden om het leven : de laatste slachtoffers van de vreselijke eerste wereldoorlog.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Onderstaande schilderij toont de HMS Cardiff die de Duitse schepen naar Scapa Flow begeleidt. Ik heb niet kunnen terugvinden van wie dit schilderij is. 

BHC0670: HMS ‘Cardiff ‘ leading the German High Seas Fleet to surrender in the Firth of Forth, 21 November 1918



de krachttoer van William Barker

Canada’s meest legendarische gevechtspiloot, William Barker, haalt op 27 oktober 1918 zijn bijzonderste krachttoer uit. Deze vlucht is zijn laatste voor hij aan het hoofd komt van de opleiding voor jachtpiloten.

na een patrouille boven het bos van Momal (noord-Frankrijk) klimt William Barker met zijn Snipe naar grotere hoogte, dit in tegenstelling tot het bevel om terug te keren naar de basis. Op 6400 meter hoogte ziet hij een Duitse tweezitter en hij doodt de waarnemer, terwijl de piloot ontkomt met zijn parachute.

Een andere Duitse Fokker jaagt Barker op en hij wordt getroffen in de rechterdij. Tijdelijk verliest hij het bewustzijn. Wanneer hij opnieuw helder is, vliegt hij midden in een formatie van Duitse toestellen, die hem van alle kanten aanvallen. Barker krijgt een schot on de linkerdij, maar slaagt erin om twee Duitse vliegtuigen te doen neerstorten. Zwaargewond bereikt hij Groot-Brittannië waar hij crasht bij de landing.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

WilliamBarker_19181027

een medaille voor Herbert Patey

Een vermelding in The London Gazette is een hele eer. In oorlogstijd betekent het dat je een militaire onderscheiding krijgt. Op 21 september 1918 duikt Herbert Pateay op in die publicatie omdat hij het Distinguished Flying Cross krijgt. Jammer genoeg is hij krijgsgevangen en kan hij zijn ereteken niet ophalen.

Herbert Patey heeft een ongewone militaire carrière. Bij het begin van de oorlog treedt hij in dienst van de Royal Naval Division en vecht mee in Egypte en Gallipoli. In november 1915, wanneer hij, gehandicapt, terug in Groot-Brittannië is, ontdekken de autoriteiten dat hij te jong is voor het leger en ze ontslaan hem.

In april 1917 treedt hij weer in dienst, bij de Royal Naval Air Service, en wordt piloot. Tussen 17 mei en 3 september 1918 behaalt hij elf luchtoverwinningen. Op 5 september 1918 wordt hij neergeschoten en wordt krijgsgevangene. Met kerstmis 1918 is hij weer thuis. Twee maanden later sterft hij aan een dubbele longontsteking.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

HerbertPatey_1918

Herbert Patey 

 

Britten verliezen een luchtschip

Het Britse leger verliest op 16 augustus 1918 een luchtschip van het type 23-X, een Britse versie van de zeppelin waarvan er slechts 2 gebouwd zijn, de R27 en de R29. Het eerste toestel ligt in een hangar in Howden waar het druk gebruikt wordt om bemanningsleden te trainen. In de loop van de dag wil de radiotelegrafist zijn zendtoestel uittesten waarbij nogal wat vinken vrijkomen. Niemand vertelde de brave man dat er in de nabijheid een vluchtige brandstof gemorst was : het luchtschip brandt volledig uit.

Iedereen kent de Duitse zeppelins maar in de geschiedschrijving is er weinig aandacht voor de Britse equivalenten daarvan. Wellicht omdat die ingezet worden om de eigen kusten en konvooien te verdedigen en duikboten te bestrijden. Bovendien lopen de Britse luchtschepen technologisch twee tot drie jaar achter op de Duitse.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Cooper, Alfred Egerton, 1883-1974; Airship 23